Pionier van het Turkse levenslied

Coskun Sabah – de grootste ud-speler van zijn generatie – speelt in het Tropentheater op het Turkey Now Festival. Een gesprek uit Istanboel.

 

DANIËL BERTINA

Hij doet een beetje denken aan André Hazes. In een familierestaurant in Istanboel komt Coskun Sabah – charismatisch, breed grijzend, behangen met gouden kettingen – gehaast binnen. Te laat, want hij zat muurvast in de verkeerschaos. “Istanboels verkeer is een verschrikking.”

Vriend en vijand zijn het eens: Sabah (1952) is een van de àllerbeste ud-spelers van zijn generatie. Gewapend met ud (voor de niet-ingewijden: de Arabische luit), zang, keyboard en drummachine was Sabah met zijn oneman shows begin jaren tachtig hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor de heropleving van de traditionele muziek in Istanboel. Aldus Sabah zelfverzekerd,  roerend in zijn thee.

Hij bezong in honderden romantische songs het nachtleven van Istanboel, en verkocht een kleine 2,6 miljoen exemplaren van zijn album Aysim Sana (Ik ben verliefd op jou, 1990). Een onaantastbaar record in de Turkse muziekgeschiedenis.

Binnen het Turkey Now Festival geeft Coskun Sabah op 28 februari een optreden in het Tropentheater. Hij wordt voorafgegaan door de klassieke Turkse fasilmuziek van het Pera Fasil Ensemble met bandleider Nurettin Çelik.

“Ik was de eerste die hier een entertainmentstyle van Turkse volksmuziek introduceerde,” zegt Sabah stellig, terwijl hij met een armzwaai heel Istanboel lijkt te omvatten. “Ook mijn combinatie van pop en volksmuziek was uniek, en kreeg pas tien jaar later navolging. Er zijn fans die het proberen, maar nog steeds kan niemand mijn spelniveau evenaren.”

Sabah, van Armeens-Assyrische afkomst en belijdend Christen, werd geboren in het Koerdische Diyarbakir: een stad in het Zuidoosten van Turkije. Hij leerde het spel van zijn vader.

“In mijn dorp was er geen televisie, en ook bijna geen radio,” herinnert Sabah zich. “Voor vermaak was muziek heel belangrijk. Bij ons thuis kwamen alle topmuzikanten over de vloer om samen te spelen.”

In 1970 werd hij gevraagd om toe te treden tot het orkest van zeer gerespecteerde componist en bandleider Munir Nurettin Selçuk (1900-1981), waar alleen de ‘best of the best’ van de Turkse traditionele muzikanten werden toegelaten. Selçuks portret hangt aan de muur in het restaurant. “Dat is hem,” wijst Sabah, en lijkt even stil te vallen.

De flamboyante popster heeft een bijzondere band met Nederland. Hij was ooit verloofd met Annebeth Berendsen: Miss Universe Nederland 1987 – zijn tegenspeelster in de Turkse speelfilm Anilar (Herinneringen, 1989). Het gelijknamige nummer – opgedragen aan Berendsen – was een hit. Sabah speelde eerder in Nederland, maar voornamelijk voor een Turks publiek. “Nu komt er hopelijk meer een mix. Ik houd van Hollanders: ze zijn eerlijk en zeggen wat ze denken.”

Naast zingen van het Turkse levenslied houdt Sabah zich, samen met zijn broer, bezig met de transcriptie van Assyrische religieuze kerkliederen, en de vertaling naar het Turks. Op verzoek van de Assyrische kerkvaders. Een grote eer, maar deze religieuze muziek zal niet de weg vinden naar zijn optreden in het Tropentheater. Hij wil er niet veel meer over kwijt. Sabah houdt het bij hits van eigen makelij.

Ondanks zijn grote vaardigheid en succes, verschillen de meningen over Sabahs uitgesproken commerciële insteek. Na afloop van het interview valt zijn naam in de taxi. “ Coskun Sabah? Hij speelt op een plastic ud!” roept de taxichauffeur, terwijl hij zich geestdriftig omdraait. “Dàt is toch kitsch?”

www.turkeynow.nl

Het Parool / Kunst & Media (26 februari 2010)