“Schoenen aan, tafelkleed aan” / ‘t Barre Land speelt De Woorden De Dingen

CORPUS KUNSTKRITIEK 2009-2010 / www.domeinvoorkunstkritiek.nl

Voorstelling: de woorden de dingen door ’t Barre Land

Gezien: 12 december 2009, Theater Frascati, Amsterdam

Door: Daniël Bertina


Acteursensemble ’t Barre Land maakte een voorstelling speciaal voor Theater Frascati. Een absurdistische collage over de ontoereikendheid van woorden. Niet te volgen, maar virtuoos gespeeld.

Luide, hectische jazz schalt door Frascati 3. De zes spelers van ’t Barre Land mompelen door elkaar, terwijl ze ontzettend druk bezig lijken te zijn. Met wat? Volkomen onduidelijk, want wat ze zeggen is grotendeels onverstaanbaar. Tegelijkertijd schuifelt het publiek naar binnen. De houten speelvloer is kaal, op een paar houten stoeltjes en rondslingerende planken na. In het midden hangen op ooghoogte twee verfkwasten aan touwtjes.

“Ja, waar wachten we nou de hele tijd op?!” roept speler Vincent van den Berg, licht hysterisch, naar zijn collega Barre Landers terwijl hij komt binnenrennen. In zijn armen heeft hij een stel planken en lijmtangen waaraan hij zich krampachtig vastklampt. Hij kijkt rond: “Is het eigenlijk al begonnen?” Czeslaw de Wijs sjokt besluiteloos heen en weer met twee jeneverflessen vol rode vloeistof. Ingejan Ligthart Schenk staart peinzend de zaal in, terwijl Margijn Bosch en Anouk Driessen met stapels jassen, kledingstukken en koffers heen en weer rennen. Gewapend met een kleine aktetas, als een rugzakje hoog tegen de schouderbladen gesnoerd, mompelt Martijn Nieuwerf, met de rug naar het publiek: “Sommige zinnen zullen klinken alsof ze ter plekke zijn verzonnen, en andere zullen klinken alsof ze uit het hoofd zijn geleerd.” Hij draait zich om en zijn ogen schieten door de zaal. Hij gebaart. Een plotselinge stilte valt. Zijn stem is nauwelijks over de kakofonie heen gekomen.

Ongrijpbaar genieten

Zo begint ‘een nieuwe verzameling gezichtsverwarringen’: de ondertitel van de voorstelling de woorden de dingen. De titel verwijst naar het gelijknamige boek van de postmoderne denker Michael Foucault over de ontoereikendheid van taal. Drie uitspraken ‘over zekerheid’ van de filosoof Wittgenstein staan in het programmaboekje, waaronder: “We zien in de mist iets, wat één van ons voor een mens houdt, de ander zegt: ‘Ik weet dat dat een boom is.’” De betekenis van de woorden en de dingen verschuiven constant, zo ook vanavond op het toneel.

De voorstelling van ’t Barre Land is een erg grappige collage van overpeinzingen, kritische vragen en totale nonsens – grotendeels geïmproviseerd. In hoog tempo volgen kleine rare scènes elkaar op. Raar, omdat ze eigenlijk nergens over lijken te gaan, maar toch woest door de spelers worden becommentarieerd. Toch is het bijna twee uur ongrijpbaar genieten. Hoe kan dat?

Schetsen

de woorden de dingen is een losse verzameling illustraties van filosofische hersenspinsels en absurdistische korte scènes. Losse kreten onderbreken langere stukken. Ingejan Ligthart Schenk, nadat hij zijn schoenen heeft aangetrokken en een tafelkleed als toga over zijn schouders heeft getrokken, zegt veelbetekenend: “Ja, ik heb hier geen zin in. Ik ga weg. Ik ben weg. Schoenen aan, tafelkleed aan.” Margijn Bosch stelt dat deze voorstelling eigenlijk niet speelt in zaal 3. “Dit is zaal 11,” ze wijst naar de grond. “Zaal 3 is daaronder ergens.” Ze gebaart naar de rechterbovenhoek van de theaterruimte. “Het leuke is hier dat je op een mooie heldere avond vanuit dàt raam de maan kan zien.”

Soms is het niet meer dan één zin – “Waarom wéét ik dat dàt een brood is?” roept Martijn Nieuwerf wanhopig –, soms wordt er iets aangestipt maar pas veel later in de voorstelling uitgespeeld. ”Ik ga een lied zingen,” is een van de eerste dingen die Nieuwerf declameert, terwijl hij vervolgens demonstratief zwijgt en wordt onderbroken. Tegen het eind van de voorstelling zingt hij achteloos een existentieel liedje, alsof hij onder de douche staat. In een traag ritme trekt hij tijdens het zingen steeds een stuk tape van de rol, scheurt, en verfrommelt het tot een prop in de andere hand – als minimalistische percussie.

Kolder met kapstok

In de woorden de dingen gebeurt ontzettend veel tegelijkertijd. Dit ontaardt in desoriënterende, bijna niet te beschrijven beelden. Een aantal langer durende handelingen vormen enige houvast in de chaos. Zo begint Vincent van den Berg met een van de hangende kwasten het midden van de speelvloer grijs te schilderen. Twee spelers worden ingesloten door de verf. Net zoals ze ingesloten zijn door de woorden en de dingen? Dat is gissen. Onder het felle theaterlicht droogt de verf snel op, en de donkergrijs geverfde rechthoek lijkt wit te zijn geworden. Op een klein kookstelletje met waxinelichtjes zet Anouk Driessen intussen koffie, snijdt tutti frutti en kookt couscous in een mini tajine. Ritualistisch, aandachtig, bijna als een soort Japanse theeceremonie.

Halverwege komt er een – geïmproviseerd? – sprookje voorbij over een baron en zijn twee achterlijke knechten. Flauwekul, maar het dient als een kapstok voor het spel van de andere Barre Landers. De baron (Van den Berg) gaat een wandeling maken en waarschuwt zijn twee knechten ‘op te passen’ voor ‘iets waarvan de rook alleen al dodelijk kan zijn’. God mag weten wat. Met wilde gebaren, mime en overdreven pathetische articulatie spelen Ligthart Schenk en Bosch dat het gevaar kennelijk schuilt in een pan voedsel, die zij met smaak leegeten. Tegelijkertijd verscheuren ze per ongelijk een duur schilderij en breken de theepot. Bij terugkomst is de baron woest, grijpt een stuk hout, en begint – al ‘godverdomme, kloteknechten ik zal jullie’ krijsend – met babystapjes achter de twee knechten aan te schuifelen, terwijl deze – ‘ach, en wee en vergeef ons’ jankend – een paar passen voor hem uit rond de net geverfde grijze rechthoek op de vloer waggelen. Pure kolder.

Gedurende deze farce heeft Anouk Driessen couscous en koffie geserveerd voor alle spelers, op kapotgeslagen scherven van serviesgoed, die achteloos tijdens het sprookje over de vloer zijn uitgestort. Vincent van den Berg bouwt met zijn planken en lijmtangen – die hij om de havenklap lomp uit zijn handen heeft laten pletteren – een soort gammele tafel, die hij uiteindelijk op het opgedroogde verfvlak neerzet. Ingejan Ligthart Schenk drapeert er zijn tafelkleed overheen. Martijn Nieuwerf – links op het toneel – heeft inmiddels een in stukken gescheurd schilderij weer in elkaar gepuzzeld. Lukraak plakt hij alles vast met grote stroken schildertape. Hij zegt grijnzend: “Een verzameling is pas compleet als er iets aan ontbreekt.” Als hij het schilderij trots omdraait is het een nieuwe, abstracte collage. Het gezicht op het schilderij is onherkenbaar geworden.

Jazzy

Acteursensemble ’t Barre Land doet eigenlijk hetzelfde met tekst. Ze herschikken, parafraseren en vervormen woorden tot een nieuwe collage. Dit is tekenend voor de ‘open vorm’ van theater die ’t Barre Land sinds de oprichting in 1990 hanteert. Spelers stappen in en uit hun rol, staan hardop te denken en gaan in gesprek met zichzelf en met elkaar. De voorstelling is het resultaat van een niet-hiërarchische manier van werken, zonder regisseur.

de woorden de dingen is een verzameling korte, virtuoze stukjes theater, waarin goed op elkaar ingespeelde acteurs kunnen soleren binnen een redelijk vastgelegde structuur. Hun spel lijkt achteloos, uit de losse pols. De virtuositeit ligt bij de spelers van ’t Barre Land niet zozeer in hun individuele technische spelvaardigheid – want die is bij sommigen nogal beperkt – maar meer in hun vlijmscherpe vermogen om op exact het juiste moment het spel van de ander te ontregelen en te becommentariëren. Net als bij jazzmuziek is het opvallend hoe goed de spelers naar elkaar luisteren. Ze haken perfect in op elkaars energie, tempo van spreken en spelintensiteit. Daardoor voelt de op het eerste gezicht vrolijk chaotische voorstelling toch als een vloeiend, logisch geheel. Ze zetten elkaar steeds op het verkeerde been, waardoor het getoonde erg spannend blijft, bijna twee uur lang. Ook voor de spelers zelf. Hierdoor verzanden hun improvisaties nooit in stompzinnig schmieren of flauwe grappenmakerij van stand-up comedy of theatersport. Deze voorstelling is een genot. Puur dankzij de jazzy timing.

Gaten vullen

Het gammele tafeltje van lijmtangen en planken is in het midden van de geverfde speelvloer gezet. Met het witte tafelkleed eroverheen lijkt het wel een skyline van een stad, of besneeuwde bergtoppen. Zodra het staat, vertellen de spelers een verhaal over een Japanse zenmonnik en zijn reis naar een magische berg: een sage uit het Japanse Noh theater. Vrijwel meteen begint een van hen de poten – letterlijk – onder de stellage uit te trekken, waardoor het ding weer in elkaar dondert. De theatrale schets die even is getoond, wordt gelijk weer uitgeveegd.

Van de wrijving tussen woorden en dingen maken de spelers van ’t Barre Land toneel. Ze tonen met de woorden de dingen de werking van theater: alles kan alles uitbeelden, door dat met elkaar af te spreken en uit te spelen. De gaten tussen de woorden en de dingen vullen zij op met hun fantasie, de toeschouwers doen hetzelfde. Hierdoor ontstaat een magistrale, gelaagde theaterervaring. “Vannacht staar ik naar de maan,” zegt een van hen. Alle zes spelers draaien hun rug naar het publiek. Ze staren naar boven. Naar het niets.

de woorden de dingen

’t Barre Land

Van en met: Vincent van den Berg, Margijn Bosch, Anouk Driessen, Martijn Nieuwerf, Ingejan Ligthart Schenk en Czeslaw de Wijs

9 t/m 12 december 2009