In de schaduw van Bacchus / De Helaasheid der Dingen

Corpus Kunstkritiek

Voorstelling: De Helaasheid der Dingen door Afslag Eindhoven

Gezien: 13 juni 2010, Loods Kinnum, Terschellings Oerol Festival

Door: Daniël Bertina



Afslag Eindhoven maakte een magistrale toneelbewerking van Dimitri Verhulst’s autobiografische roman De Helaasheid der Dingen. De mistroostige ellende van het opgroeien in de Vlaamse modder komt heel dichtbij. Dankzij het geweldige, intense spel.

Roy Orbinson’s Only the lonely schalt door de ruimte. Loods Kinnum op Terschelling ligt vol met een dikke laag bruin zand en zompige modder. Her en der staan plasjes smerig water en overal liggen rondslingerende emmers. Op een omgekeerde barkruk rust een televisietoestel. Een drieluik van manshoge panelen omringt de tv – als een soort zithoekje. Op de panelen staat een grote zwart-wit foto met paardenkoppen; van die echte Vlaamse knollen, het ultieme symbool van het platteland. Als onheilspellende casinoverlichting is met rode neonbuis het woord ‘Helaas’ in sierlijke, dunne lijnen op de achtermuur bevestigd. Een lichtgrijze, laaghangende nevel zorgt voor een broeierige, claustrofobische sfeer, ondanks de omvang van de hoge loods. Scherp zijlicht geeft de indruk dat de personages in de koplampen van voorbijrazende auto’s staan.
In dit aandachtvretende toneelbeeld zien we een zoon, Dimitri Verhulst (Martijn Crins), die het graf van zijn onlangs gestorven vader Pierre bezoekt. Dimitri heeft zich als enige in zijn familie los gevochten van de allesomvattende, zuigende modder. Hij staat bij een grote klomp aarde, een soort termietenhoop. Vanuit de schemerige achtergrond komt de zwaarlijvige Pierre (Rogier Schippers) aanzwalken. Een straalbezopen geestverschijning; hij kan bijna niet meer op z’n poten staan, z’n broek zakt af en z’n pens komt onder zijn te korte shirt uit, maar hij nadert. Vader en zoon gaan een moeizaam gesprek aan. Het gesprek dat ze niet durfden te voeren toen Pierre nog leefde. Dit is de proloog van De Helaasheid der Dingen, door theatergezelschap Afslag Eindhoven.

Drinkebroers
Afslag Eindhoven maakte in het najaar van 2009 een toneelversie van de veelgeprezen roman De Helaasheid der Dingen (2006) van de Vlaamse schrijver Verhulst. Verhulst’s verslag van zijn jeugd in het gehucht Reetveerdegem op het Vlaamse platteland raakte een snaar. De roman werd een bestseller, meerdere malen bekroond en in 2009 ook succesvol verfilmd. Onlangs ging de voorstelling in reprise.
Met ‘God schiep de dag en zij sleepten zich erdoorheen’ als lijfspreuk toont Verhulst in de roman zijn eigen familie. Ondanks het slopende alcoholisme en de mistroostige ellende is er veel liefde en broederschap in de familie. Vader Pierre en nonkel Petrol – twee drinkebroers die nog bij hun bejaarde moeder Maria inwonen – slijten hun dagen in de geest van Bacchus. Dimitri groeit op in hun schaduw. Oma Maria is er om de zatlappen uit de goot te trekken, schijnbaar alleen maar opdat ze zich de volgende dag weer met volle overgave in de roes kunnen verliezen. De alom aanwezige modder en blubber zijn niet af te wassen, zo maakt de voorstelling duidelijk. Iedereen die valt, wordt besmeurd. Een symbool voor de onvermijdelijke en onuitwisbare achtergrond van de familie.
Een prachtige illustratie hiervan is het moment dat Pierre – rock bottom – half in een delirium om een opname in een ontwenningskliniek smeekt. Hij valt, klampt zich vast aan de poten van een omgevallen tafeltje, probeert zichzelf omhoog te hijsen maar zakt steeds weer onderuit. Grote klodders slijm en snot bungelen aan zijn kin, de tranen stromen. Hij wordt door een dokter meegenomen naar een cabine, hoog achter in de loods. We zien Pierre in een korte, stille scène afkicken – de dokter trekt hem de kleren uit, boent hem een beetje schoon en trekt hem een maatpak aan. Even later keert Pierre gezond en wel terug, haar achterover gekamd, gehuld in een zwart maatpak en idem zonnebril. Als een rockster. Maar al gauw zijn de kreukels en de moddervlekken ook op dit pak goed zichtbaar. Het vuil sijpelt door zijn kleding heen. Het duurt ook niet lang voordat Pierre weer naar de fles grijpt – het slijk kruipt waar het niet gaan kan.

 

Belgje spelen
Grootmoeder Maria wordt gespeeld door een kaalgeschoren man (Huub Smit), in een uit lange, samengeknoopte en samengeraapte lappen bestaande soepjurk. Hij lijkt een aan lager wal geraakte zen-monnink, en gedraagt zich – in tegenstelling tot de rest van de driftkoppen – opvallend kalm. Als een heilige: een Mariafiguur. Overigens een prachtige, zeer beheerst gespeelde rol – zeker in contrast met het woeste gebrul van de rest van de cast. Onbaatzuchtig bekommert Maria zich om haar nageslacht. Fysiek blijkt de acteur die deze rol speelt ook heel sterk: moeiteloos sleurt hij zijn medespelers aan hun nekvel uit de ellende, soms met meerderen tegelijk. Het is een simpel idee, net als de enorme zandbak waarin de acteurs rondstampen, maar het werkt.
De acteurs spelen vrijwel alles frontaal en naar het publiek toe. Ze demonstreren de personages. Elke keer als een personage de scène betreedt, neemt hij kort een pose aan ter  introductie. Het is ook opvallend dat de personages bijna nooit direct met elkaar spreken. Ze communiceren met elkaar via de toehoorders in het publiek. Natuurlijk, er wordt gezopen, gevochten en ze vallen elkaar in de armen, maar dit alles gebeurt met wanhopige onmacht en vol verwondering. Een performanceachtige speelstijl die ‘lucht’ schept in de heftigheid van de voorstelling. Elke figuur blijkt vooral met zichzelf te strijden, en met de klei. Ze tonen hun onmacht aan het publiek, in plaats van zich terug te trekken achter de vierde wand.
Los van deze stilering heeft het spel zélf een adembenemende intensiteit. De platte Vlaamse teksten worden uitgesproken door Nederlandse acteurs – op de rol van nonkel Petrol na (gespeeld door Dries Alkemade). Gelukkig leidt het nergens tot karikaturaal ‘Belgje spelen’. Met een zeldzame intensiteit storten de acteurs zich in de figuren, zodat de schijnbare overdaad in deze voorstelling – de dwingende aanwezigheid van die honderden kilo’s modder en zand die alles besmeuren, de zware, tragische thematiek, de heftige speeltekst – nergens in plat melodrama vervalt.
Als Dimitri op een gegeven moment vermoedt dat hij vader zal worden, gaat hij door het lint (uit angst dat hij net als zijn vader zal worden?). Schreeuwend begint hij de witte emmers van hard plastic die over het toneel verspreid staan, stuk te smijten. Met scherpe knallen spatten ze in stukken uiteen. De bezoekers op de eerste drie rijen zitten in de vuurlinie, en moeten soms wegduiken voor de scherven. Het is deze constante urgentie en dreiging in het spel, de wanhoop waarmee de personages zich tot het publiek richten en de worsteling om contact te maken – met elkaar en met de toeschouwers, die De Helaasheid der Dingen scherp en fascinerend houdt.

Ikoon
In de eindscène neemt de moegestreden Dimitri afscheid van zijn – inmiddels – volkomen seniele oma Maria. Het is een zoet afscheid van zijn roots. En tegelijkertijd toont het de onmogelijkheid om deze roots echt los te laten. Dat is ‘Helaas’. En melancholiek. Want ondanks het alcoholisme en de uitzichtloze klerezooi van het leven in Reetveerdegem is de familie Verhulst diep, diep met elkaar verbonden. En ze houden van elkaar.
Oma Maria bevindt zich nog steeds – letterlijk en figuurlijk – in de cocon van het platteland. Ze zit in het midden van het manshoge driedelige paneel, dat nu doet denken aan een Russisch orthodox heiligendrieluik. Maria eindigt als ikoon. Een heilige van het authentieke, oprechte platteland. Maar ook totaal seniel en nog uitsluitend geobsedeerd door chocola. Heel pijnlijk, heel lief. Dimitri bedankt zijn grootmoeder voor de levenslange bescherming. De legendarische zin klinkt, die ook in de film veel indruk maakte: “Nu heb ik een lieve vriendin. Maar ’k heb eerst wel een kindje bij een ander moeten maken.”
Ook dit beeld zorgt ervoor dat De Helaasheid der Dingen meer biedt dan smakelijk, maar – toegegeven- weinig subtiel theater-van-de-zelfkant. Deze voorstelling toont hoe elke nieuwe generatie van hun ouders een erfelijke molensteen krijgt omgehangen, en hoe ieder hem zelf moeten leren dragen. Vastberaden loopt Dimitri weg van zijn verleden, naar buiten, de nooddeur van de loods uit, het felle daglicht in.

De Helaasheid der Dingen
Afslag Eindhoven / co-productie Productiehuis Brabant
Concept en regie: Yvonne van Beukering
Bewerking: Pietjan Dusee
Regie- en spelcoaching: Gerrie Fiers
Spel: Rogier Schippers, Martijn Crins, Dries Alkemade, Marjolein Buijs, Huub Smit, Rob van Gestel
Première: 10 augustus 2009, de Gruyterfabrieken, Festival Boulevard, Den Bosch
www.afslageindhoven.nl