‘Ik stap op het doek en gooi met verf’ / Interview George Struikelblok

Het Parool / Kunst & Media (5 mei 2009)

In Suriname is hij beroemd, de rest van de wereld moet nog volgen: de Surinaamse kunstenaar George Struikelblok. ‘Het is go with the flow.’

 

DANIËL BERTINA

 

“Moet ik gaan zitten als Boeddha?,” grijnst George Struikelblok. Onwennig klimt hij op een tafel in restaurant Rosario. Aan de muur hangt een van zijn veelkleurige, abstracte schilderijen. In de wilde compositie is een menselijke figuur te ontdekken en letters op alfabetische volgorde – zowel eenzaam, als in groepjes op het doek verspreid. De fotograaf portretteert hem voor zijn schilderij in kleermakerszit. “Helemaal naakt mag ook hoor. Ik voel me net een model.”

Kunstenaar George Struikelblok (Paramaribo, 1973) is beroemd in Suriname, maar in Nederland is hij nog niet erg bekend. Dit terwijl zijn werk al enthousiast werd verspreid door meerdere galeries, ambassades en particuliere verzamelaars.

Hij timmert al jaren aan de weg met succesvolle exposities in Guyana, de Verenigde Staten, Brazilië en Zwitserland. Daarnaast volgde bij een intensief kunsttraject bij Duende in Rotterdam. Vorig jaar verbleef Struikelblok vier maanden aan de Amsterdamse Rijksacademie, waar hij zich verdiepte in beeldende kunst in openbare ruimte.

De goedlachse George Struikelblok – of zoals hij zich voorstelt: ‘Struikelblok George’ – is nu overgekomen voor zijn solotentoonstelling in Breda. Dit heeft hij te danken aan het succes van zijn bijdrage aan het Anansi Project – een groepstentoonstelling samen met collega’s Lego Lima en Iléne Themen – vorig jaar bij Galerie 23 te Amsterdam. Het Afrikaanse kinderverhaal van het slimme spinnetje Anansi diende als overkoepelend thema.

Zijn drie doeken waren al bij opening van de tentoonstelling verkocht; dat was vertegenwoordigers van Stichting Beeldende Kunst Breda niet ontgaan. Vandaar nu zijn solo in Galerie 48 in Breda – te zien van 9 mei tot 27 juni. Zijn werk hangt ook in Italiaans restaurant Rosario in de Peterstraat – de eigenaar is een groot fan.

Van een hype is echter weinig sprake. “Ik ben al twintig jaar met kunst bezig,” zegt Struikelblok. Hij benadrukt dat zijn werk het resultaat is van een gedegen kunstopleiding en heel veel zelfstudie. Zowel aan het Nola Hatterman Instituut in zijn geboorteland Suriname – waar hij ook twaalf jaar als docent werkte – en de Edna Manley School of Visual and Performing Arts op Jamaica.

“In Suriname leerde ik de pure technieken, in Jamaica ontdekte ik meer de conceptuele kant van kunst. Daarnaast heb ik zelf ook altijd veel geëxperimenteerd met technieken, stijlen en genres.”

In Jamaica ontdekte Struikelblok de overkoepelende thematiek van zijn kunst: de worsteling met de dood van zijn biologische vader vóór zijn geboorte, en zijn zoektocht naar die kant van zijn familie. “Toen ik naar Jamaica ging heb ik mijn dochtertje van zes maanden in Suriname achtergelaten. Net zoals mijn vader mij achterliet.” Dat was confronterend. “Ik heb mezelf opnieuw leren kennen.”

Zijn werkmethode doet denken aan die van kunstenaars Jean Michel Basquiat en Jackson Pollock – twee van zijn helden. “Ik hou erg van hun wilde en woeste spontaniteit. De eerste laag van mijn werk maak ik in een soort trance. Ik leg een doek van tien meter op de grond. Daar ga ik op staan en begin met verf te gooien. Zo blijf ik uren achter elkaar doorwerken. Dan deel ik het grote doek op in stukken, en krijgt elk een eigen vorm.”

De laatste jaren maakt Struikelblok ook ‘drie dimensionale kunst’. Zijn Tip Tip monument (2006) – gemaakt naar aanleiding van dertig jaar Surinaamse onafhankelijkheid – was het eerste kunstproject in de openbare ruimte in Suriname. Verspreid over het land plaatste Struikelblok dertig enorme slippers (tip tips) van vier meter hoog, die symbool staan voor de melting pot die Suriname heet. Ze staan er nog steeds.

“De slippers zijn ooit meegekomen met de Indonesiërs in de contractperiode, en werden in de loop der jaren door alle Surinamers gebruikt,” zegt Struikelblok. “Het zijn symbolen van nationale eenheid geworden. Een soort Surinaamse klompen.” Ironisch genoeg werd het werk – gemaakt ter viering van de onafhankelijkheid – gefinancierd door de Nederlandse ambassade.

“Ik heb nooit geweten dat ik kon tekenen. Op school had ik altijd onvoldoendes,” blikt George Struikelblok terug. Meer internationale erkenning voor zijn werk zou leuk zijn, maar hij heeft geen haast. “De kwaliteit van het werk zal bepalen waar het heengaat. Ik blijf gewoon doorwerken. Het is go with the flow.”