‘Nederlander stort zich op Spaanse mythe’

Het Parool / Kunst & Media (2 maart 2011)

Filmmaker Olivier van der Zee maakte 778 – La Chanson de Ronald, een documentaire over één van de oudste ridderverhalen van Europa. De film is een groot succes in Spanje.

 

DANIËL BERTINA


 

Het is het jaar 778. Bij de slag van de Roncesvallespas wordt de achterhoede van het Christelijke leger van Karel de Grote verraden, en in de pan gehakt door een overmacht aan Islamitische Saracenen. Ridder Roland – het neefje van Karel de Grote – blaast drie keer zó hard op zijn noodhoorn, dat hij ter plekke de heldendood sterft. Karel de Grote snelt terug en drijft met zijn manschappen de Moslims het water van de Ebro in. Aldus de mythe, vastgelegd in La chanson de Roland: het oudste literaire werk uit Frankrijk. Eeuwenlang gekoesterd als een van de meest invloedrijke ridderverhalen in Europa.

Filmmaker Olivier van der Zee (Amsterdam, 1969) verhuisde in 2003 naar Baskenland. “Daar stuitte ik op een monument voor de slag om Roncesvalles. Ik kende het verhaal, maar dat monument prees juist de Basken, die zich in die strijd dapper hadden verzet tegen de oorlogzuchtige Franken.”

In een bar kreeg Van der Zee een geschiedenislesje van de lokale bevolking. Niks Saracenen – de strijd rond Roncesvalles was een Baskische vergelding voor een eerdere imperialistische moord- en roofcampagne door de Franken in het Baskische dorpje Irunea (Pamplona). “De Basken waren natuurlijk een vredelievend bergvolkje. Maar die éne keer hadden ze met guerrillatactieken de Frankische overheersers verslagen. Echt zo’n typisch nationalistisch verhaal.”

Het idee voor 778 – La chanson de Roland was geboren. In deze documentaire probeert Van der Zee de feiten over deze mythische veldslag in de Pyreneeën boven tafel te halen, bijgestaan door een groep historici en archeologen, en ‘living history’ acteurs die de knokpartijen en veldtochten naspelen. 778 – La chanson de Roland ging op 28 januari tegelijkertijd in Madrid, Barcelona, Saragossa, Bilbao, Vitoria en San Sebastián in première. De film werd ook uitgezonden op France 3 Aquitaine.

“Dit soort documentaires wordt niet veel gemaakt in Spanje,” verklaart Van der Zee het onverwachte succes van zijn film. “Het is een coproductie voor een groot publiek, met serieuze interviews, historisch onderzoek, vechtscènes met veel special effects, en gefilmd op zeventien verschillende locaties in Frankrijk, Spanje en Engeland.”

Van der Zee studeerde aan de Filmacademie in Amsterdam en daarna aan het American Film Institute te Los Angeles, waar hij in 1999 afstudeerde. Daar ontmoette hij zijn Chileense vrouw. “In 2000 zijn we naar Nederland verhuisd, maar het was godsonmogelijk om voor haar een verblijfsvergunning te krijgen. Als zelfstandige kon ik dat gewoon niet bekostigen. Krankzinnig natuurlijk. Na enige jaren ploeteren zijn we in 2003 naar Spanje verhuisd.”

Zijn succes in de Spaanse filmwereld is deels te danken aan Amsterdamse branie, geeft Van der Zee toe. “Maar ik ben interessant voor Spaanse producenten, want ik ben goed te verkopen. Veel Spanjaarden spreken geen woord Engels, terwijl ik op festivals in vier talen over mijn film kan vertellen. Ook kan je als nuchtere buitenstaander onpartijdig het verhaal overzien, los van alle nationale en politieke motieven.”

De slag van de Roncesvallepas spreekt nog steeds tot de verbeelding. Het is een groot enigma wat zich daar écht heeft afgespeeld, en wáár precies. “Ook wij zijn er niet uit gekomen – met al onze experts,” lacht Van der Zee. “Dat is een kleine anticlimax. Zo dragen we toch weer bij aan de mythevorming.”

Dit jaar werkt Van der Zee aan vijf verschillende documentaires. “In maart ben ik betrokken bij een film over de merkwaardige Baskische zakenman Echevarrieta, die in het interbellum samen met de Duitse admiraal Wilhelm Canaris de meest geavanceerde onderzeeboot van zijn tijd bouwde, als geheim wapenprogramma voor Duitsland. Maar alles ging mis. Hitler kwam aan de macht en ging zelf wapens bouwen, en in Spanje brak de revolutie uit. Echevarria kon zijn duikboot aan de straatstenen niet kwijt. Hij was geruïneerd. Weer zo’n verhaal over een mislukte onderneming.”

 

www.lachansonderoland.com