‘Hysterische reactie op klein gebaar’

Het Parool / Kunst & Media (2 april 2011)

Kunstenaar Ibrahim Quraishi uit Amsterdam deed in de Verenigde Arabische Emiraten mee aan een manifestatie voor de vermoorde demonstranten in Bahrein. Hij werd gearresteerd door de geheime dienst.

 

DANIËL BERTINA


In aanloop naar de tiende editie van de Sharjah Biënnale, een kunstfestival in de Verenigde Arabische Emiraten, hield kunstenaar Ibrahim Quraishi (Nairobi, 1973) op 16 maart met een aantal collega’s een artistieke manifestatie voor de zeven vermoorde demonstranten in buurstaatje Bahrein.

Quraishi – beeldend kunstenaar, choreograaf en docent bij onder andere de Theaterschool, Das Arts, Rietveld Academie en de Universität der Künste in Berlijn – werd gearresteerd door de geheime dienst, en beschuldigd van staatsondermijnend gedrag en vermeende sympathie met de sjiitische minderheid. Na een urenlang verhoor kwam hij met de schrik vrij.

“We wisten allemaal wat de risico’s waren, en ook de organisatie was op de hoogte,” zegt Quraishi, die een Amerikaans paspoort met een Franse verblijfsvergunning heeft. Hij zit weer veilig aan de spa rood in een Amsterdams café. “Het was eigenlijk een minuscuul gebaar waar volkomen hysterisch op is gereageerd.”

“Ik ben geboren in Kenia, mijn moeder is Oezbeekse, mijn vader komt uit Jemen en ik ben opgegroeid in Pakistan, Tunesië, en woonde in de Verenigde Staten en andere landen. Ik heb altijd het gevoel gehad nergens écht bij te horen. Maar zonder Westers paspoort had ik hier nu niet gezeten.”

De Sharjah Biënnale is sinds 1993 een van de meest prominente kunstmanifestaties in de Arabische wereld. Quraishi wilde daar zijn installatie Islamic violins (2008) laten zien. Met dit werk, bestaande uit tweeëntwintig violen die in zes dagen stuk voor stuk worden opgeblazen, won hij de Prix Jardin d’Europe. Maar Sharjah wees zijn verzoek af.

“Het klinkt cynisch, maar ik heb het idee dat veel van die golfstaatjes niet aan kunst doen vanuit enige artistieke overtuiging. Ik vermoed dat het een manier is om geld wit te wassen, en al die multinationals doen daaraan mee. Bij Art Dubai worden astronomische bedragen neergelegd voor verschrikkelijk lelijke decoratieve kunst. Weinig kunstenaars durven het aan om de lokale flamboyante wansmaak te bekritiseren.”

Toch reisde hij af naar Sharjah om mee te doen aan de March Meetings: drie dagen van debatten en workshops met internationale kunstenaars, voorafgaand aan de officiële opening van het festival. Onder de deelnemers ontstond al snel een politieke discussie in het licht van de recente revoluties. Maar er knaagde iets. “Het leek alsof wij daar meer zaten zodat de organisatie zichzelf op de borst kon kloppen,” zegt Quraishi. “Om aan Westerse media te laten zien dat er wel degelijk een open debat is in de Islamitische wereld.”

“Het viel me op dat niemand van ons – allemaal bevoorrechte ‘radicale’ kunstenaars, net als ik – de plaatselijke machthebbers wilde beledigen. Niemand wilde het hebben over dat een hele kleine rijke elite daar de absolute macht heeft, en dat vrouwen, immigranten en andersdenkenden zo goed als rechteloos zijn. Het was een debat in een vacuüm.”

Opvallend genoeg waren het vooral de gesluierde vrouwelijke medewerkers van de organisatie, die over de politieke en sociale problemen discussieerden. “Ze waren van top tot teen verhuld maar spraken over vrouwenrechten, de onderdrukking van de sjiieten, de revoluties in Egypte en Tunesië, de burgeroorlog in Libië en de moord op demonstranten in Bahrein. En ze waren verbaasd dat al die Westerse kunstenaars zich zo ontzettend passsief opstelden.”

Het idee voor de manifestatie was om vellen papier met de namen van de slachtoffers omhoog te houden. Niet als protest tegen de regering of het staatshoofd, maar gericht aan de kunstenaarscollega’s op de Biënnale. De meeste wilden niet meedoen. Uiteindelijk werden vijftig blaadjes met namen verspreid en om beurten getoond bij de ingang van het complex.

Vier mensen werden gearresteerd door de geheime dienst. Quraishi brak het zweet uit, terwijl zijn collega en twee curatoren van de Sharjah Biënnale probeerden de situatie te kalmeren. “Ik ben geen held. Ik was super gay gekleed en als de dood dat ze me zouden beschuldigen van homoseksueel gedrag, want daar staat een flinke celstraf op. Mijn ondervragers bleven bizar kalm en beleefd. Ook toen ze zeiden dat ik een ‘kalmeringsinjectie’ zou krijgen. Het was kafkaësk. Ik heb ze uiteindelijk kunnen overtuigen dat ik niet de aanstichter van de actie was, en dat ik een longkwaal heb en een dergelijke injectie niet zou overleven.”

Uiteindelijk werd hij vrijgelaten. De volgende dag zou hij het eerste vliegtuig richting Amsterdam nemen, maar de laatste avond zat hij nog knarsetandend aan bij het galadiner van de sjeik. “Met twee onheilspellende secret service agenten recht tegenover me, die alles scherp in de gaten hielden.” Quraishi grijnst: “That killed the conversation.”

www.ibrahimquraishi.org / www.lumentravo.nl/wp/?p=128

YouTube Preview Image

 

VERENIGDE ARABISCHE EMIRATEN – Bij de opening van de Sharjah Biënnale hield de Amsterdamse kunstenaar Ibrahim Quraishi een manifestatie voor de vermoorde demonstranten in Bahrein. Hij werd gearresteerd door de geheime dienst.

DANIËL BERTINA

“Ik heb een Amerikaans paspoort met een Franse verblijfsvergunning. Dat was essentieel,” zegt kunstenaar Ibrahim Quraishi (Nairobi, 1973). In aanloop naar de tiende editie van de Sharjah Biënnale, een kunstfestival in de Verenigde Arabische Emiraten, hield hij op 16 maart een artistieke manifestatie met een aantal collega’s voor de zeven vermoorde demonstranten in buurstaatje Bahrein. Quraishi werd gearresteerd door de geheime dienst, en beschuldigd van staatsondermijnend gedrag en vermeende sympathie met de Sjiitische minderheid. Na een urenlang verhoor en de nodige psychologische oorlogsvoering kwam hij met de schrik vrij.

“We wisten allemaal wat de risico’s waren, en ook de organisatie was op de hoogte,” zegt Quraishi. Hij zit weer veilig aan de spa rood in een Amsterdams café. “Het was eigenlijk een minuscuul gebaar waar volkomen hysterisch op is gereageerd. Ik ben geboren in Kenia, mijn moeder is Oezbeekse, mijn vader komt uit Jemen en ik ben opgegroeid in Pakistan, Tunesië, en woonde in de Verenigde Staten en andere landen. Ik heb altijd het gevoel gehad nergens écht bij te horen. Maar zonder Westers paspoort had ik hier nu niet gezeten.”

De Sharjah Biënnale is sinds 1993 een van de meest prominente kunstmanifestaties in de Arabische wereld. Quraishi – beeldend kunstenaar, choreograaf en docent onder andere bij de Theaterschool, Das Arts, Rietveld Academie en de Universität der Künste in Berlijn – wilde daar zijn installatie Islamic violins (2008) laten zien. Met dit werk, bestaande uit 22 violen die over een periode van 6 dagen stuk voor stuk worden opgeblazen, won hij de Prix Jardin d’Europe. Maar Sharjah wees zijn verzoek af.

“Het klinkt cynisch, maar ik heb het idee dat veel van die golfstaatjes niet aan kunst doen vanuit enige artistieke overtuiging. Ik vermoed dat het een manier is om geld wit te wassen, en al die multinationals doen daaraan mee. Bij Art Dubai worden astronomische bedragen neergelegd voor verschrikkelijk lelijke decoratieve kunst. Weinig kunstenaars durven het aan om de lokale flamboyante wansmaak te bekritiseren.”

Toch reisde hij af naar Sharjah om mee te doen aan de March Meetings: drie dagen van debatten en workshops met internationale kunstenaars, voorafgaand aan de officiële opening van het festival. Onder de deelnemers ontstond al snel een politieke discussie in het licht van de recente revoluties. Maar er knaagde iets. “Het leek alsof wij daar meer zaten zodat de organisatie zichzelf op de borst kon kloppen,” zegt Quraishi. “Om aan Westerse media te laten zien dat er wel degelijk een open debat is in de Islamitische wereld.”

“Het viel me op dat niemand van ons – allemaal bevoorrechte ‘radicale’ kunstenaars, net als ik – de plaatselijke machthebbers wilde beledigen. Niemand wilde het hebben over de olifant in de kamer: het feit dat amper twee procent van de bewoners daar de absolute macht heeft, en dat vrouwen, immigranten en andersdenkenden zo goed als rechteloos zijn. Het was een debat in een vacuüm.”

Merkwaardig genoeg waren het vooral de gesluierde vrouwelijke medewerkers van de organisatie, die over de politieke en sociale problemen discussieerden. “Ze waren van top tot teen verhuld maar spraken over vrouwenrechten, de onderdrukking van de Sjiieten, de revoluties in Egypte en Tunesië, de burgeroorlog in Libië en de moord op demonstranten in Bahrein. En ze waren verbaasd dat al die Westerse kunstenaars zich zo ontzettend passsief opstelden.”

Het idee voor de manifestatie was om alleen de namen van de slachtoffers omhoog te houden. Niet als protest tegen de regering of de sjeik, maar gericht naar al de kunstenaars op de Biënnale. De meeste wilden niet meedoen, maar uiteindelijk werden vijftig bordjes verspreid en getoond bij de ingang van het complex.

Toen Quraishi was gearresteerd door de geheime dienst brak het zweet hem uit, terwijl zijn collega en twee curatoren van de Sharjah Biënnale probeerden de situatie te kalmeren. “Ik ben geen held. Ik was super gay gekleed en als de dood dat ze me zouden beschuldigen van homoseksueel gedrag, want daar staat een flinke celstraf op. Mijn ondervragers bleven bizar kalm en beleefd. Ook toen ze zeiden dat ik een ‘kalmeringsinjectie’ zou krijgen. Het was Kafkaësk. Ik heb ze uiteindelijk kunnen overtuigen dat ik niet de aanstichter van de actie was, en dat ik een longkwaal heb en een dergelijke injectie niet zou overleven.”

Uiteindelijk werd hij vrijgelaten. De volgende dag zou hij het eerste vliegtuig richting Amsterdam nemen, maar de laatste avond zat hij nog knarsetandend aan bij het galadiner van de sjeik. “Met twee onheilspellende secret service agenten recht tegenover me, die alles scherp in de gaten hielden.” Quraishi grijnst: “That killed the conversation.”

www.ibrahimquraishi.org / www.lumentravo.nl/wp/?p=128