Gefascineerd door de expressiviteit van de handen

Na twee jaar op de Rijksakademie toont Rebecca Digne haar videokunst bij Jeanine Hofland Contemporary Art. ‘Ik denk met mijn handen.’

DANIËL BERTINA

Op haar zeventiende liep Rebecca Digne (Marseille, 1982) weg van huis. Ze wilde bij het circus. Twee jaar lang reisde ze met La Cirque Imaginaire door Europa en schopte het tot regieassistent, onder de vleugels van Victoria Chaplin – de dochter van Charlie. Digne, geboren in Frankrijk, opgegroeid in Italië, voelde als rebellerende tiener thuisloos en onbegrepen. In het nomadische circus viel ze op haar plek.

“Door die eindeloze routine van reizen, opbouwen en afbreken heb ik leren genieten van het loodzware handwerk,” zegt Digne. “Als kunstenaar probeer ik nog steeds alles zélf te doen. Van het ontwikkelen van mijn analoge films tot het zagen en timmeren van de lijsten. Ik probeer nooit teveel te blijven hangen in abstracte ideeën, maar ga gelijk aan de slag en blijf bezig. Ik denk met mijn handen.”

Na haar circusavontuur belandde Digne op de Conservatoire Libre du Cinema en de Ecole Nationale Supérieure des Beaux Arts in Parijs, waar ze in 2009 cum laude afstudeerde. Een jaar later trok ze naar Amsterdam voor een residentie aan de Rijksakademie, die ze onlangs afrondde. Haar solotentoonstelling Mains (handen) is tot en met 21 april te zien bij Jeanine Hofland Contemporary Art.

Digne presenteert daar vier videokunstwerken, waarin de handen van een aantal mysterieuze personages een centrale rol spelen. Zoals in het vervreemdende Matelas (2008): een grofkorrelige zwart-wit opname van een vrouw in pyjama, die al worstelend en met klauwende vingers probeert te ontsnappen aan haar verstikkende matras. Of Thym (2011): een dia van een gehavende hand vol littekens, die een bosje tijm vastklemt – net uit de dorre aarde gerukt. Digne: “Naast het gezicht vind ik de handen het meest expressieve deel van het menselijke lichaam. Daarmee maken we fysiek contact en zijn we verbonden met de rest van de wereld. En met een klein gebaar kan je ontzettend veel suggereren.” Ze grijnst. “Daarom zit mijn kunst vol met handen.”

Ze gebaart naar de galeriemuur. “Videokunstenaars zitten veel te vaak – en veel te lang – alleen maar achter de computer te rommelen. Het is geweldig om nu mijn video’s een plaats te geven in deze ruimte. Het is een gepuzzel om alles op de goede plaats te krijgen, maar zo krijgt mijn werk ook een spannende, architectonische dimensie.”

Digne woonde in Parijs boven een bioscoop, mocht gratis naar binnen, en verslond alles wat ze voor ogen kreeg. Digne: “Ik ben gek op cinema maar vind het ook erg dictatoriaal. Het verhaal heeft vaak de overhand; je kunt er niet zomaar halverwege invallen. Daarom maak ik mijn videokunstwerken meer als bewegende schilderijen. Cyclisch, zonder begin of eind, met heel veel ruimte voor interpretatie.”

Dat geldt ook voor haar 16mm videofilm Mains (2010), in de gelijknamige tentoonstelling. In drie shots toont Digne een man in een bos die zijn handen in de lucht steekt. Een simpel gebaar van overgave en onschuld in eindeloze herhaling. Hij heeft lang haar, een stoppelbaard en priemende ogen; zijn handen en groene legerjas zijn groezelig besmeurd. Digne – nadrukkelijk géén politiek kunstenaar – maakte het werk als reactie op een suggestie van de Franse president Sarkozy om het Bois de Vincennes, vlakbij Parijs, te zuiveren van daklozen en zigeuners.

“Toen ik dat hoorde, moest ik denken aan de film Il vangelo secondo Matteo (1964) van Pier Paulo Pasolini. Daarin zit een prachtig panoramashot van Jezus die zijn handen ten hemel reikt. Met Mains probeer ik dat universele gebaar in een nieuwe context te laten zien, en dat maakt weer nieuwe associaties mogelijk. Ik hoop dat de toeschouwers geïntrigeerd raken en zich zullen afvragen wat dat gebaar bij hen persoonlijk naar boven brengt. Zelf bied ik geen antwoorden. Elk kunstwerk is en blijft een open vraag. Ook voor mij.”

Terugkijkend op het afgelopen twee jaar, was de residentie in Amsterdam voor Digne een openbaring. “In de Franse kunstwereld is het ontzettend moeilijk om als jonge kunstenaar je weg te vinden. Er heerst daar een enorme vastgeroeste hiërarchie. Hier in Amsterdam voel ik me op een fantastische manier gesteund en gerespecteerd als kunstenaar. Ik heb hier geleerd om écht in mijn kunst te geloven.”

Rebecca Digne: Mains. Jeanine Hofland Contemporary Art, De Clercqstraat 62, te zien van 10/3 t/m 21/4. www.rebeccadigne.com / www.jeaninehofland.nl