Gefascineerd door geweld en lijden

Het Parool / Kunst & Media (5 december 2013)

Stadsdichter Menno Wigman en kunstenaar Diana Scherer leefden hun fascinatie voor moordlust uit in De vrede moe, een bundel duistere foto’s en gedichten, geïnspireerd op oude politiefoto’s.

DANIËL BERTINA

Toeval bestaat niet. Op hun eerste date kwamen stadsdichter Menno Wigman (Beverwijk, 1966) en kunstenaar Diana Scherer (Lauingen, 1971) er achter dat ze, los van elkaar, aan de slag waren gegaan met het lugubere fotoboek Moord in Rotterdam (1994). De oude zwart-wit foto’s van ontzielde lichamen in groezelige achterbuurten, afstandelijk vastgelegd door Rotterdamse dienders in de jaren 1905 tot 1967, had iets bij hen losgemaakt.

Geïnspireerd op de mistroostige beelden had Wigman een stuk of acht gedichten geschreven. Scherer bleek hetzelfde aantal slachtoffers op kleine schaal in porselein te hebben nagemaakt en opnieuw gefotografeerd. Hun afzonderlijk tot stand gekomen werk sloot prachtig op elkaar aan. Dat werd de bundel De vrede moe. Acht gedichten – plus hun Engelse vertaling – en acht foto’s.

Wigman: “Er is niets zo klef als een kunstenaarskoppel dat samen een boek maakt. En dan zij de plaatjes, hij de praatjes. Gelukkig is De vrede moe allesbehalve poezelig geworden.” Scherer: “Menno duikt in het hart van het kwaad en toont de verwrongen gedachtewereld van de moordenaars. Ik richt me met mijn porseleinen lijken meer op de achterliggende pijn, daar zit een grote schoonheid.”

Scherer studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie en woont en werkt sinds 2002 in Amsterdam. Ze maakt illustraties voor diverse magazines en exposeerde in Parijs, New York, Berlijn en Seoul. In haar werk richt ze zich vaker op geweld, lijden en pijn. Zoals in de fotoseries Women (2005) en Mädchen (2002-2007), met vrouwen en kinderen die voor dood in de bomen hangen, of als levenloze poppen met het gezicht in het tapijt liggen. Haar recente werk Nurture Studies (2012) is een serie stillevens van bloemen en planten waarvan de wortels zijn afgekneld. Met de dood tot gevolg.

Ook Wigman, die in 1997 debuteerde met ‘s Zomers stinken alle steden, richt zich graag op de donkere kanten van de menselijke psyche. Zie zijn recente bundel Mijn naam is Legioen (2012). Wigman: “Ik probeer gedichten te maken die zich als een stiletto in het hart van de lezer boren. Diana doet iets vergelijkbaars met haar kunst. Maar zó bijzonder is onze gedeelde fascinatie voor moord en doodslag nu ook weer niet, je hoeft de tv maar aan te zetten of de lijken drijven voorbij.”

De foto’s in Moord in Rotterdam schreeuwen om een interpretatie, zegt Wigman. Hij pakt het boek erbij. “Kijk, deze koffer is dichtgesnoerd met elektriciteitsdraad en bevat overduidelijk een opgevouwen lijk. En dit is een jonge vrouw, met kinderpopje in de armen, na haar zelfmoord. Er zit een enorme dramatische kracht in dit soort beelden.”

Scherer: “Mijn poppen zijn deels gemaakt als eerbetoon aan de slachtoffers. Maar het gaf me ook een merkwaardig genoegen in om ze in mijn studio weer tot leven te wekken. Het voelde bijna of ik ze opnieuw ging vermoorden.” Ze wijst naar de coverfoto van De vrede moe: een geboetseerde vrouwenpop ligt in de wasbak van Scherers atelier, vlak onder de stromende kraan. “Dat verdrinken heeft wel wat.”

Wigman is nog tot begin februari volgend jaar stadsdichter van Amsterdam. Hij lacht. “Men zal zich dus misschien wel afvragen waarom ik over Rotterdamse moordfoto’s heb geschreven. Maar die stad vind ik veel rauwer en hardvochtiger dan Amsterdam. Kijk maar naar de krotten waarin al die mensen gevonden zijn, of de goedkope panty’s die als slappe condooms om de levenloze damesbenen bungelen. Het is echt een troosteloze, armoedige boel.”

Willem van Zoetendaal, tevens de samensteller van Moord in Rotterdam, is verantwoordelijk voor de vormgeving van De vrede moe. Scherer werkt vaker met hem, recentelijk voor haar fotoboek Nurture Studies. “Willem heeft zich voor ooit verdiept in de achtergronden van elke moordfoto,” zegt Scherer. “Maar Menno en ik hebben dat bewust niet gedaan. Wij werden juist verleidt door het niet-weten.” Wigman knikt: “Wat ook een grote rol speelt is de ouderdom van die foto’s. De tijd schept afstand en zorgt voor een poëtische glans die enorm tot de verbeelding spreekt. Wat er écht is gebeurd, is minder interessant. We hebben er samen iets totaal nieuws van gemaakt.”

 

De vrede moe door Menno Wigman en Diana Scherer. Azul Press, 32 pagina’s, €17.