Designer drugs waar we in Amsterdam trots op zijn

Het Parool / Kunst & Media (21 mei 2011)

In de aanloop naar het symposium ‘What Design Can Do!’ presenteren vijf ontwerpers oplossingen voor Amsterdamse ergernissen. Vandaag deel drie: Thonik over het drugsgebruik in de stad.

 

DANIËL BERTINA


 

“Vraag een willekeurige buitenlander iets te vertellen over Amsterdam, en ze beginnen gelijk over drugs,” zegt Thomas Widdershoven (1960). Samen met zijn partner Nikki Gonnissen staat hij aan het hoofd van ontwerpbureau Thonik. “In ons werk proberen we ons altijd te baseren op de eerste associaties,” zegt Gonnissen. “Vervolgens geven we een extravagante draai aan dat idee.” Op het dakterras van hun studio aan de Vijzelstraat vertellen ze over hun oplossing voor de drugsoverlast in de stad. Of, zoals Gonnissen het liever zegt: “Het probleem dat in deze stad drugsgebruik nu als probleem wordt gezien.”

Het Thonikduo is een van de vele communicatie-experts, grafici en vormgevers die een bijdrage zullen leveren aan What Design Can Do! Een symposium in de Stadsschouwburg over de creatieve kracht van ontwerpers en vormgevers, en hoe design een oplossing kan bieden voor alledaagse problemen.

In onze samenleving zijn een aantal zeer schadelijke drugs al sinds jaar en dag geaccepteerd, gaat Widdershoven verder. Denk aan alcohol of tabak. “De andere drugs en genotsmiddelen zitten nog steeds in het verdomhoekje of zijn ingekapseld door de medische industrie.” Dat staat innovatief denken over de problemen die veroorzaakt worden door de criminalisering in de weg, stelt Gonnissen. “Al die energie, tijd en geld die de stad nu steekt in het repressieve beleid zou eigenlijk moeten worden besteedt aan het ontwerpen van veilige Designer Drugs. Legale, lekkere genotsmiddelen met weinig bijeffecten.”

Thonik stelt voor om een Amsterdamse Design Drug te maken, bestaande uit vier componenten. De eerste stap is het laboratoriumdesign, waarbij het middel op basis van zuivere chemicaliën solide in elkaar wordt gezet. Widdershoven: “De medische industrie beschikt daarvoor over meer dan genoeg kennis.” Dat hoeft ook geen kapitalen aan research te kosten. “Ik denk dat je op basis van de bestaande vakliteratuur al een heel eind komt.”

Dan volgt een communicatiedesign, om het middel aantrekkelijk en verleidelijk te maken – bijvoorbeeld door slimme marketing via sociale media. Gonnissen: “Vervolgens is het belangrijk dat er een ritueel wordt ontworpen, waarbinnen mensen de Designer Drugs in gebroederlijke sfeer samen gaan nuttigen. Een carnavalsfeest, waar binnen de veilige grenzen van het feest àlles mag. Tenslotte is alleen nog een goede advocaat nodig om het allemaal juridisch aan elkaar te breien.”

Het onorthodoxe ontwerp van de twee ontwerpers werd ingegeven door de nieuwsgierigheid van hun twaalfjarige zoon. “Spuiten en slikken is zijn favoriete programma, en hij vraagt ons de oren van het hoofd,” zegt Gonnissen. “Maar ik zou een heel stuk rustiger slapen als ik zeker zou weten dat hij – als hij zover is – kan experimenteren met veilige drugs, in plaats van de rotzooi die onder tafel wordt verkocht.”

De stad kan op de Design Drug zelfs accijns en btw heffen, zegt Widderhoven. “Als je de receptuur geheim houdt en de uitgiftepunten controleert kan iedere stad in Nederland misschien zelfs een eigen ‘smaak’ ontwikkelen. Waarbij de Amsterdamse drug natuurlijk de beste blijft.” Gonnissen knikt: “Zelfs als dit hele experiment totaal mislukt, kan je er donder op zeggen dat dit verhaal de wereld over gaat. Dat is ook een vorm van citymarketing.”

What Design Can Do! is in de Stadsschouwburg Amsterdam, 26 en 27 mei. www.whatdesigncando.nl en www.thonik.com