Kunstenaars met een hotel

Het Parool / Kunst & Media (12 juli 2012)

De Amsterdamse kunstenaars Michel Mulder en Sofie Sleumer verlieten de chaos van de stad en begonnen een eigenzinnig hotel op een eeuwenoud Frans landgoed.

tekst DANIËL BERTINA foto ISABEL NABUURS


Kunstenaars Sofie Sleumer (1985) en Michel Mulder (1976) zitten op een muurtje, in de zon, op hun eigen Franse landgoed: D’une île. Ze zijn nog steeds gek op Amsterdam. Mulder: “Maar in de dagelijkse sleur ben je vooral bezig met je fiets ergens in een rek te proppen. Ik werd er gék van om altijd en overal ruimte te moeten bevechten. Je leeft krankzinnig dicht op elkaar, terwijl de wereld zó groot is.” Sleumer haalt diep adem: “Het eerste wat me hier opviel, is de lucht. Zoveel schoner en vrijer.”

Sinds maart pachten Sleumer en Mulder een idyllisch, eeuwenoud landgoed in Le Perche, een natuurgebied 150 kilometer ten zuidwesten van Parijs, in het zuiden van Normandië. De vier vrijstaande gebouwen bevatten negen volledig gerestaureerde appartementen, gelegen op een lap van meer dan zeven hectare grond met landerijen, bos, een beek en een vennetje. D’une île noemen ze het. Sleumer: “Een eiland in de tijd waar allemaal goede energie samenvloeit, en waar mensen in goed gezelschap zich weer helemaal kunnen opladen.”

In 2008 studeerde Sleumer af aan de Amsterdam Fashion Institute en werkt sindsdien als allround vormgever. Vorig jaar ontwierp zij voor Hotel The Exchange aan het Damrak twee eigenzinnige hotelkamers. Mulder studeerde een blauwe maandag aan de Gerrit Rietveld Academie, maakte geluidsinstallaties en beeldende kunst, en deed met zijn bandje Lee Mason een serieuze gooi naar het muzikantenbestaan. Na een finaleplaats in de Grote Prijs van Nederland 2010 bleef de roem uit. Hij werkte nog een tijdje als componist voor Warner Brothers.

In D’une île namen Sleumer en Mulder samen de interieurs van de negen appartementen en het café-restaurant onder handen. De golvende witte kalkwitte muren vormen een organisch, warm contrast met het tweedehands vintage meubilair, kunstwerken van Just van der Loos, sfeervolle lampen en het geraamte van massief houten balken tegen het plafond en de muren.

Het was vooral een kwestie van strippen en slopen, zegt Sleumer, terwijl ze trots de kamers laat zien. “Toen we hier begonnen was het vooral veel donker hout, goudverf, nepvarens, kitscherige schilderijen en plastic wijnranken. We hebben al die interieurs eruit gesloopt om tot de ziel van deze plek te komen. In al die eeuwen zijn hier zoveel levens geleefd, en daar zie en voel je nu de sporen van terug.”

Het tweetal bemachtigde het landgoed via de vader van Mulder. Na een lange periode van radiostilte kwamen zeven jaar geleden vader en zoon weer in contact. Pa bleek het landgoed als investering te hebben gekocht. Hij wilde ervan af. Mulder: “Toen ik hier voor het eerst kwam was onze relatie was nog niet zo goed als nu, en ik zag dit vooral als eigendom van mijn vader. Toen ik hier afgelopen september, na jaren, voor de tweede keer was, kwam het idee om hier iets bijzonders te beginnen. Een hotel én een bijzondere ontmoetingsplaats voor creatieve mensen. Als vakantie, maar ook om je even terug te trekken en in alle rust te werken.”

Hoewel D’une île sinds maart een feit is, was het niet van meet of aan een uitgemaakte zaak. Mulder: “Vanaf het begin hebben we dit project heel zakelijk aangepakt, want ik wilde niet alleen maar vertrouwen op goodwill. Ik heb me goed door bevriende juristen, ondernemers en economen laten adviseren en vervolgens een solide ondernemingsplan geschreven. Op basis daarvan heb ik een stel investeerders bij elkaar gezocht en heb mijn plan ingediend. Puur als zakelijk voorstel.”

“Sinds we open zijn draaien we al heel goed. We hebben nog allemaal plannen klaarliggen voor ateliers, een beeldentuin, een permanent zwembad, boomhutten en een bar in de kelder. Maar daarvoor moeten we eerst ons eerste jaar goed door komen.”

Het was een sprong in het diepe, maar Sleumer en Mulder hebben zich met volle overgave teruggetrokken uit de stedelijke ratrace. Sleumer: “We merken dat die gedachte bij veel generatiegenoten leeft. Het stadsleven is slopend, en mensen hebben behoefte aan meer momenten van rust en verstilling. Dat proberen we hier te bieden.”

Mulder knikt: “We zijn niet de enigen. Er zijn in de buurt meer geestverwanten neergestreken zoals theatermakers Collectif kytach of andere idealistische jonge kunstenaars, calvadosstokers, bierbrouwers en levensgenieters. We proberen elkaar te helpen, om hier samen iets moois te ontwikkelen: ik kom bij jou hout hakken en dan kom jij bij mij lassen. Zo zijn we terug bij de ruilhandel.”

www.duneile.com / www.facebook.com/duneile