De mens achter de rockster

Intiem beeld van de popster

De Amsterdamse fotografen Nick Helderman, Annie Hoogendoorn en Shawn Brackbill exposeren hun werk in de concertzaal Tivoli in Utrecht. Alle drie op zoek naar de mens achter de popster. ‘Je moet je eigen regels volgen.’

DANIËL BERTINA

‘Ik ben op een diepere manier bezig met popmuziek – al zeg ik het zelf,” grijnst fotograaf Nick Helderman in de tijdelijke expositieruimte van de Utrechtse poptempel Tivoli. ”Ik wil geen kant en klare beelden, maar probeer de kunst in de muziek te laten zien. Het gaat dieper dan entertainment. Ik ben vanuit mijn fan-zijn gaan fotograferen.”

Dat geldt ook voor zijn collega’s en geestverwanten Annie Hoogendoorn en Shawn Brackbill, waarmee Helderman exposeert in Tivoli. De fototentoonstelling opende in het kader van het Le Guess Who? festival, en is nog drie weken te bekijken (overdag alleen op afspraak). Het werk is ook te koop.

Recentelijk ging Nick Helderman (1987) als angry young man van de Nederlandse muziekfotografie op tournee door Amerika met de Ethiopische jazzgigant Getatchew Mekuria en de Amsterdamse anarchopunks The Ex. Op eigen initiatief. ”Ik belde Terrie van The Ex, trillend aan de telefoon,” lacht Helderman. ”Ik ben fotograaf. Mag ik met jullie mee op tournee?” Dat mocht.

Heldermans dynamische foto’s roepen associaties op met het werk van Glen E. Friedman: subversief fotograaf van talloze legendarische skateboarders en hardcore-, punk- en hip hopbands uit de Amerikaanse undergroundscene, zoals Black Flag, Fugazi, Bad Brains en Public Enemy.

”Friedman is een van mijn grote helden,” zegt Helderman, die onlangs werd genomineerd voor de Lex van Rossen/Popview Award 2010.

”Maar ook Charles Peterson, die de eerste grimmige, grofkorrelige bandfoto’s van Nirvana maakte. Hij gebruikte zwart-wit omdat kleurenfilm gewoon te duur was. Die rauwheid is geweldig.”

”Het voelt logisch om langer met bands op te trekken,” zegt de Amerikaanse fotograaf Shawn Brackbill (1975), die ook is aangeschoven. ”Ik ging altijd veel naar shows en zat diep in de scene.”

Een van zijn eerste betaalde projecten was de albumcover van debuut-cd van de postpunkband Q And Not U. Een succes. Hij maakte al hun verdere artwork, en toerde jaren intensief mee als huisfotograaf, roadie en tourmanager, tot het opheffen van de band in 2005.

”Ik geniet van de uitdaging om geen totale controle te hebben,” zegt Brackbill. ”Dat is onderdeel van het creatieve proces.”

‘Ik ensceneer zo min mogelijk’
Helderman knikt: ”Het feit dat je afhankelijk bent van het schema van die bands – die beperking – is juist interessant. Ik ensceneer zo min mogelijk, maar probeer wel een situatie te creëren waarin ik impulsief kan werken.”

Hij wijst naar een foto, waarop Getatchew Mekuria net uit het vliegtuig stapt, op de voet gevolgd door The Ex. ”Om die foto te nemen moest ik me daar wel als eerste uit het vliegtuig wurmen.”

Shawn Brackbills serie bij Le guess who? bestaat uit sprekende close-ups in zwart-wit. Opvallend is hoe ontspannen en ongegeneerd kwetsbaar de muzikanten, zoals Annie Clark (St. Vincent) en Kyp Malone (TV on the Radio), in de lens kijken.

”Ik had nooit interesse in de standaard rock & roll liveshots,” zegt Blackbill. ”Ik probeer me te richten op de muzikant als persoon; een intiem beeld te maken van de mens achter de rockstar. Ik zoek momenten van rust en stilte in de hectiek van die muziekscene.” Een insteek die ook is terug te zien in het werk van Annie Hoogendoorn.

”Ik heb ooit de regels geleerd om ze te kunnen breken,” zegt Hoogendoorn (1979) grijnzend. In tegenstelling tot haar twee collega’s werkt Hoogendoorn met analoge film. Haar grofkorrelige foto’s zijn vaak bewust onderbelicht en onscherp, maar tonen zo een zeldzame intimiteit en warmte.

Haar foto’s lijken bijna een soort snapshots uit oude, vergeelde familiealbums. Een rauwe stijl, die door haar docenten van de Fotoacademie Amsterdam vaak niet werd gewaardeerd.

”Ik heb me nooit zo gestoord aan vaststaande ideeën over hoe de perfecte foto eruit zou moeten zien,” zegt Hoogendoorn nuchter. ”Je moet je eigen regels volgen.” In 2006 studeerde ze toch af, en won twee jaar later de prestigieuze Lex van Rossen Award. Ook Hoogendoorn wekte het vertrouwen van bands als zZz en Voicst door lang met ze op te trekken.

Al het werk in de tentoonstelling kwam tot stand door een zeldzame investering van tijd en moeite. De drie fotografen zijn daar trots op. ”Ik denk dat we alle drie met ons werk proberen de snelheid van de moderne tijd iets af te remmen,” zegt Brackbill. ”We proberen zowel de muziek als de lifestyle weer te geven. En daarbij gaat het om de schoonheid van de imperfectie.”

”Gisteren zwalkte de zanger van het bandje Fucked Up tijdens de show al zingend naar plee,” lacht Helderman. ”Ik zat er bovenop met mijn camera.” Hoogendoorn: ”Het echte leven is veel interessanter.” Brackbill knikt: ”We tonen de grimmige, gritty realness.”

Gedurende het gesprek worden de drie fotografen zélf gefotografeerd door iemand van de organisatie. Helderman loopt rood aan, Brackbill plukt zenuwachtig aan de kraag van zijn shirt, en Hoogendoorn kijkt gegeneerd weg.

”Zélf gefotografeerd worden voelt vreselijk,” lacht Hoogendoorn. ”Wij kiezen er natuurlijk ook voor om ons te verschuilen achter de camera, om zélf te observeren.”

Helderman, nog steeds rood: ”Ik weet nooit welk gezicht ik moet trekken.” ”Het werk spreekt voor ons,” verzucht Brackbill grijnzend. ”Dat is een geruststellende gedachte.”

www.nickhelderman.com
www.anniehoogendoorn.nl
www.shawnbrackbill.com

Het Parool / Kunst & Media (2-12-09)

‘Kunst moet pijn doen’ / fotograaf Pieter Hugo

De Zuid-Afrikaanse fotograaf Pieter Hugo exposeert bij Galerie Cokkie Snoei. Zijn fotoserie Nollywood, geïnspireerd op de Nigeriaanse filmindustrie, speelt met stereotypen over blank en zwart. ‘Het is dark humor’.

DANIËL BERTINA

‘In Nigeria bedrijven ze een soort guerrillastijl van filmen,” zegt fotograaf Pieter Hugo, net aangekomen vanuit bloedheet Kaapstad. ”Op locatie, low budget, met minimale middelen en heel veel improvisatie. Eigenlijk net zoals ik fotografeer.”

Hugo, een van de meest geprezen fotografen van zijn generatie, is in Amsterdam voor de presentatie van zijn nieuwe fotoserie Nollywood. Een selectie van zijn werk is tot en met 7 februari te bekijken bij Galerie Cokkie Snoei in de Hazenstraat.

Pieter Hugo (Johannesburg, 1976) raakte gefascineerd door immense populariteit van de Nigeriaanse filmcultuur – het zogenaamde ‘Nollywood’ – tijdens het werken aan zijn bekroonde fotoserie The hyena & other men (2007) in West-Afrika. Met een productie van duizend speelfilms per jaar is Nigeria de derde filmeconomie ter wereld, na Hollywood en Bollywood.

”In Afrika is Nollywood overal,” lacht Hugo. ”In elke bar staan er televisies met die films te loeien, en op elke straathoek kun je ze kopen. Ik vind die films overigens zelf echt niet te verteren, maar ik raakte gefascineerd hoe Nigerianen film gebruiken om uiting te geven aan hun cultuur en identiteit.”

Hugo begon zijn fotoserie met het portretteren van bekende Nigeriaanse acteurs op de chaotische Nollywood-filmsets. Maar naarmate het project vorderde ging hij steeds meer beelden zélf verzinnen en in scène zetten, in samenwerking met make-upartiest Gabazzini Zuo.

Bloeddorstige kannibalen, ontbindende zombies, slaven aan de ketting, een zwarte Jezus, vrouwelijke killers met kalashnikovs en witgeschminkte zwarte kinderen sieren Hugo’s ontregelende portretten. Opvallend zijn de duidelijke verwijzingen naar bekende sciencefiction-, actie- en horrorfilms – Star Wars, Rambo, Night of the living dead – en moderne schilderkunst, zoals het werk van Francis Bacon. Ontwapenend kijken de Nigeriaanse acteurs in de lens. Alsof ze zichzelf aan de kijker presenteren.

”Ik probeer een soort ‘Huh, what the fuck?!’-reactie uit te lokken,” verklaart Hugo zijn confronterende stijl. ”De foto moet trekken en duwen, totdat blijkt dat het acteurs zijn en dat ik het beeld in scène heb gezet. Dit onderwerp is een interessante mogelijkheid om documentair te werken, en te spelen met de stereotypen over blank en zwart. Maar het is ook gewoon dark humor.”

Met zijn bijzondere stijl won Hugo de ene prestigieuze fotografieprijs na de andere: de Discovery Award, de hoofdprijs op Rencontres D’Arles Photographie festival, de KLM Paul Huf Award, de Standard Bank Young Artist Award for Visual Art, de World Press Photo Award en de Getty Images Young Photographers prijs.

Hij exposeerde bij diverse gerenommeerde internationale kunstgaleries. In 2008 was zijn werk The hyena & other men te zien in het ­Fotografiemuseum Amsterdam.

Rwanda 2004: vestiges of a genocide: een fotoserie die hij maakte in Rwanda tien jaar na de massaslachtingen, vormde een omslagpunt. ”Ik voelde toen dat ik de technische, vakmatige kant wel goed in de vingers had zitten, en ik wilde ook echt iets uitdrukken. Hoe kan je zo’n enorme catastrofe in beeld brengen?”
Van fotojournalistiek ging hij naar een meer kunstzinnige benadering. In verstilde beelden toonde hij de massagraven, de botten, de rondslingerende kledingstukken – en het alles bedekkende stof.

Drang tot documentatie
Pieter Hugo groeide op onder het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Kunst in Zuid-Afrika was hevig gepolitiseerd. Er bestond bijna geen ruimte voor abstracte kunst, want het grote onrecht moest zo duidelijk mogelijk worden uitgedrukt.

”Ik worstel nog steeds met die drang tot documentatie, maar mijn werk is toch abstracter geworden,” zegt Hugo. ”Ik ben wel veel wantrouwiger geworden over fotografie. Je kunt de waarheid nooit helemaal laten zien. Fotografie is de Grote Leugen.”

Hoe werden de Nollywood foto’s eigenlijk ontvangen in Nigeria? ­”Nigerianen zélf vinden die foto’s geweldig, ook omdat veel van de acteurs heel populair zijn,” zegt Pieter Hugo. ”De meeste kritiek krijg ik van expats die vinden dat ik hun land een slechte naam geef.”

”Ik voel me ongemakkelijk als mensen van afstand morele uitspraken doen over mijn werk. Fotografie draait om exploitatie en voyeurisme – anders levert het geen interessante beelden op. Kunst moet pijn doen, althans dat vind ik. Ik houd me niet zo bezig met de ethiek van fotografie. Ik probeer alleen maar interessante vragen op te roepen. Niemand heeft een schoon geweten.”

www.cokkiesnoei.nl
www.pieterhugo.com

Het Parool / Kunst & Media (11-1-2010)