Betaalbare ateliers worden zeldzamer

Het Parool / Kunst & Media (25 maart 2011)

AMSTERDAM – Betaalbare werkplaatsen voor individuele kunstenaars dreigen te verdwijnen. Dat was gisteren te horen tijdens een symposium over het Amsterdamse atelierbeleid.

 

DANIËL BERTINA

 

Stichting Woon- en Werkruimte voor Kunstenaars kreeg in het voormalige VVolkskrantgebouw in de Wibautstraat kunstenaars, vertegenwoordigers van de kunstvakbonden, stadsdelen, adviescommissies en kunstbroedplaatsen met elkaar in gesprek over de ‘lekken’ in het Amsterdamse atelierbeleid. Sinds de jaren negentig heeft Amsterdam een succesvol broedplaatsenbeleid, waarbij leegstaande kantoorpanden een tijdlang dienst doen als werkplek voor kunstenaars en creatievelingen. Toch is er na vijftig jaar nog steeds geen structurele oplossing voor het grote tekort aan betaalbare atelierruimte voor individuele kunstenaars.

Naast het organiseren van dit symposium verzorgde de stichting ook een bundel samen, ter ere van haar vijftigjarige jubileum. KunstWerkRuimte bevat diverse artikelen over de huisvesting voor kunstenaars. Het eerste exemplaar werd uitgereikt aan Caroline Gehrels, wethouder Cultuur.

“Het is hard nodig dat de centrale stad de regie gaat voeren,” stelt Thomas van Dalen, voorzitter van de Commissie Ateliers en (Woon)Werkpanden Amsterdam (CAWA). In Amsterdam is de relatie tussen het atelierbeleid, het broedplaatsenbeleid en het kunstenplan namelijk zwak. “Lang niet alle woningcorporaties, particuliere verhuurders en stadsdelen werken met ons mee, of hebben een helder overzicht van het aantal ateliers in hun beheer. Veel van deze instanties staan onder grote financiële druk, en hebben verschillende manieren van werken. Ook de hoeveelheid kunstenaars die een werkruimte zoeken is nog steeds niet in kaart gebracht.” Debatleider Frits Barend lacht verbaasd: “Amsterdam weet álles van haar bewoners, behalve hoeveel kunstenaars hier eigenlijk wonen.”

Jaap Draaisma, directeur van Urban Resort dat de broedplaats in het Volkskrantgebouw exploiteert, had het over de economische waarde van de kunstenaar. Met enige reserve: “Kunst belichaamt natuurlijk meer dan alleen economisch belang, maar kunstenaars zijn wel een onmisbare schakel in de creatieve industrie van deze stad.”

Broedplaatsen tonen hoe het ambacht van de kunstenaar succesvol kan samengaan met de industrie. “Denk aan de talloze kunstenaars in dit pand die toegepast werk voor de games- of reclamewereld maken. Of hen die hier creatieve ondernemers ontmoeten, om zo hun kunst als product op de markt te brengen.”

“Amsterdam trommelt zichzelf graag op de borst als internationale Kunstenstad,” zegt Van Dalen. “Ateliers en broedplaatsen vormen de infrastructuur die kunst en cultuur mogelijk maken. Maar door het gebrek aan deze plekken vluchten getalenteerde kunstenaars nu noodgedwongen de stad uit. Bijvoorbeeld richting Berlijn.” Of de ruimte blijkt onbetaalbaar dankzij de neoliberale marktwerking. Dat onderschrijft ook Martin Willems, voorzitter van de SWWK: “Onderzoek wijst uit dat tachtig procent van de kunstenaars nooit in staat zal zijn de commerciële huurprijs te betalen. Hoe goed hun kunst ook is.”