‘Met de Noord/Zuidlijn komen de klanten’

Het Parool / PSKunst (23 juni 2011)

In een verborgen hoekje van het Spiegelkwartier hopen Art Point Amsterdam, Atelier ‘t Sieraad en Fine Fleur Art Gallery op de toestroom van nieuwe bezoekers.

 

DANIËL BERTINA


Het Spiegelkwartier werd met de bouw van het Rijksmuseum, 126 jaar geleden, dé rode loper van de Nederlandse kunstwereld. In dit kleine stukje Amsterdam kwamen ruim honderd chique antiquairs, prestigieuze galeries en kunsthandels op een paar honderd meter samen. Maar de slepende verbouwing van het Rijks maakt al jaren de wijk moeilijk te bereiken voor hordes kapitaalkrachtige toeristen. De doorgang onder het museum werd gesloten, en ook het gedonder met de Noord-Zuidlijn – die de Vijzelgracht verlamde – hielp de toestroom van nieuw publiek niet in de hand. De wijk liep miljoenen aan omzet mis en een aantal gerenommeerde galeries moest verhuizen, of de deuren sluiten.

Met de crisis nog in het achterhoofd besloten een aantal nieuwe ondernemers hun geluk hier te beproeven. In een hoekje van het Spiegelkwartier, respectievelijk op de Lijnbaansgracht en Weteringstraat, werden onlangs Art Point Amsterdam en Fine Fleur Art Gallery geopend. Ook de edelsmeden en ontwerpers van Atelier ’t Sieraad in de Derde Weteringdwarsstraat hopen na jaren werken in dit ‘kleine dorpje in de stad’ op betere tijden. Allemaal gedreven door liefde voor hun kunst, en ambacht.

“Sla vanaf het Rijksmuseum rechtsaf bij Hans en Grietje. Doe daar nog even een pannenkoek, en dan de Lijnbaansgracht op,” zo legt Machiel Noordam de locatie van Art Point Amsterdam uit. Na jaren gewerkt te hebben in het vermogensbeheer opende hij samen met zakenpartner en taxateur Martin Heuwekemeijer begin dit jaar zijn galerie op de Lijnbaansgracht.

Het lichte pand met hoge ramen loopt toe als een taartpunt, en ruikt nog naar verse verf. Voorin staat moderne, hedendaagse schilderkunst. “Achter in de galerie gaan we wat meer terug in de tijd,” vertelt Noordam. “Naast schilderijen verkopen we tekeningen, objecten en kleinere werken op papier tegen bescheiden bedragen – gericht op de beginnende kunstkoper. Ik heb altijd kunst gekocht met mijn hart, niet als handelaar. Bij mijn partner is dat precies andersom, zo houden we elkaar scherp.”

Noordam denkt anticyclisch. “Juist op het moment dat niemand het aandurft moet je dit soort dingen proberen. We hebben allebei eigen inkomsten naast de galerie, maar dit project is wél met eigen kapitaal opgestart. Dat is altijd spannend.”

De galerie is meer dan alleen een verkooppunt van eigen kunst. Art Point Amsterdam wil ook een podium bieden aan de onderbelichte ‘grote kleine’ kunstenaars zoals Jan Korthals, Vion de Swart, of de Deense CoBrA kunstenaar Finn Pedersen. “Hein Stork maakte prachtige schilderijen van Amsterdam. Zijn naam zingt al heel lang rond in kunstkringen, maar is onbekend bij het grote publiek. Daar wil ik verandering in brengen.”

Even verderop in de Derde Weteringdwarsstraat zitten drie edelsmeden en een stagiaire aandachtig te werken boven hun gasvlammen en vergrootglazen. De werkbanken in Atelier ’t Sieraad liggen bezaaid met tientallen tangetjes, hamers, freesjes, boortjes en ander exotisch gereedschap. Inez Nieman verontschuldigt zich voor de gezellige chaos, terwijl haar collega’s Maaike van Doorn en Eline van der Laag aanschuiven. De drie leerden elkaar kennen tijdens hun studie aan de Vakschool Edelsmeden en werken nu al bijna tien jaar samen op deze locatie: atelier, werkstudio en winkel in één.

Hun atelier zit een beetje verstopt, geeft Van der Laag toe. “Toen door de graafwerkzaamheden aan de Noord-Zuidlijn al die huizen aan de Vijzelgracht verzakten, werd ook onze straat aan één kant afgesloten. En door de verbouwing van het Rijksmuseum trok ook de andere kant, richting Spiegelstraat, veel minder toeristen. Daardoor hebben we al jaren weinig doorloop.” Nieman haakt in: “Toen we hier nét zaten deden we voornamelijk reparaties voor buurtbewoners. Nu werken we veel meer in opdracht. Steeds meer mensen weten ons te vinden dankzij mond tot mond reclame.”

Ieder maakt sieraden in een eigen, uitgesproken stijl. “Alles wat we hier verkopen is handgemaakt, en we werken allemaal vanuit een unieke insteek,” vertelt Nieman. “Dat moet ook zo blijven.”

“Onze liefde voor het ambacht is groter dan onze liefde voor het geld,” zegt Van der Laag. “Zo hebben we een constructie bedacht waarbij we bij de verkoop van andermans werk een percentage krijgen. Als een klant liever een sieraad van de ander uitkiest, is dat alleen maar mooi. We zitten elkaar niet in de weg. Integendeel. We hebben elkaar juist nodig.”

Op een steenworp afstand van Atelier ’t Sierraad ging vorig jaar oktober Fine Fleur Art Gallery open. Een spannend hoekpandje met verschillende verdiepingen en nisjes, op de kruising van de Weteringstraat en de Lijnbaansgracht.

“Ik hanteer een vergelijkbaar concept als de Affordable Art Fair,” vertelt galeriehouder Fleur Duijsens. Fine Fleur richt zich op toegankelijke kunst, met prijzen onder de 5000 euro. “Maar ‘mijn’ kunstenaars moeten wél een oorspronkelijke en originele benadering hebben.”

Naast werk van Claus Costa en Selwyn Senatori toont Duijsens in haar galerie vooral de kunst van haar moeder Gerdine. “Ik ben opgegroeid in de kunstwereld, en heb galeriehouders zien komen en gaan. Mijn moeder heeft een unieke schilderstijl. Via het internet wordt haar werk overal ter wereld bekeken en gekocht, en ze is net gevraagd een bijdrage te leveren aan de Biënnale in Florence. Ik ben heel trots dat ik via de zakelijke kant nu een onderdeel kan zijn van haar succes.”

Eerder studeerde Duijsens rechten, deed een corporate management traineeship bij de Rabobank, en werkte op de afdeling bijzonder beheer. Daar kreeg ze bedrijven met financiële problemen over de vloer, en zat als bankier om de tafel met worstelende ondernemers. Vaak om de harde boodschap te vertellen dat ze hun zaak moesten sluiten. “Die tijd was ontzettend leerzaam, maar ook behoorlijk rigide. Ik werd opgeleid om zo min mogelijk risico’s te nemen. Maar zo zit ik niet in elkaar.”

Dat knaagde. Duijsens had het gevoel dat ze eigenlijk aan de ondernemerskant van de tafel thuishoorde. “Ik koesterde de droom om zélf iets op te zetten. En toen ik wéér zou worden doorgeschoven naar een nieuwe functie, nam ik het besluit om deze galerie te beginnen. Waarom niet? De opstartperiode van de galerie was heerlijk spannend. En nu staat er écht iets dat ik eigenhandig heb opgezet. Dat voelt fantastisch.”

Het risico was te overzien, want het werk van haar moeder werd ook in diepe crisistijd gewoon verkocht. “Zij is een van de weinige kunstenaars die ik ken, die vrijwel alles kan verkopen wat ze maakt. De andere kunstenaars heb ik op eigen initiatief benaderd. Ik vertrouw op mijn eigen smaak. En die blijkt representatief te zijn voor een grote groep mensen.”

Alle galeriehouders hebben er belang bij om samen meer bezoekers naar het Spiegelkwartier te lokken, zegt Duijsens. “Zolang je natuurlijk niet het werk van dezelfde kunstenaars gaat verkopen, maar dat zie ik in mijn geval niet zo snel gebeuren.” Ook Art Point Amsterdam wil samenwerken met de andere galeries in de buurt. “Het is toch slimmer om samen geld te verdienen, in plaats van elkaar dood te concurreren?” zegt Machiel Noordam. “Dat lijkt me ook beter voor de kunstenaars die het met de bezuinigingen en btw heffingen nog knap lastig gaan krijgen.” Maaike van Doorn van Atelier ’t Sierraad is hoopvol: “Nog even doorbijten, maar straks hebben we wél de halte van de Noord-Zuidlijn vlak voor de deur. En dan krijgen we veel meer bezoekers die op weg naar het Leidseplein even langs komen snuffelen. Toch zal onze hoek van het Spiegelkwartier altijd wel rustig blijven. Als klein dorpje in de stad.”

 

www.artpointamsterdam.com

www.atelierhetsieraad.com

www.finefleurartgallery.com