Wat doen we met deze originele Haring?

Het Parool / Amsterdam (14 april 2011)

Kunstenaar Keith Haring maakte 25 jaar geleden een enorme muurschildering op de zijmuur van het Centrale Museumdepot. De kans bestaat dat het pand met de  Haring en al tegen de grond gaat.

 

DANIËL BERTINA

In 1986 nodigde het Stedelijk Museum de Amerikaanse kunstenaar Keith Haring (1958-1990) uit om naar Amsterdam te komen voor zijn eerste show in Europa. Haring was toen al bekend door zijn unieke vermenging van street art, graffiti en schilderkunst. In die tijd gaf de stad veel opdrachten voor muurschilderingen in de openbare ruimte. In het kader van stadsrenovatie werden op deze manier oude panden versierd die later werden gesloopt, of een andere bestemming kregen. Ook Haring werd gevraagd om een grauw pand op te leuken. Op de zijmuur van het Centrale Museumdepot aan de Jan van Galenstraat maakte hij een enorme muurschildering.

“Hij moest aan de slag met een hoogwerker, en ik herinner me dat hij zich een beetje had verkeken op de schaal,” zegt kunstenaar Jan Rothuizen (Amsterdam, 1968). Vijfentwintig jaar geleden was hij erbij toen Haring op een gure middag aan het schilderen sloeg. “De muurschildering bestond uit één dikke, witte lijn. Het was een soort vrolijke dinosaurus met een lange nek, als een CoBrA-achtig fabeldier. Met op z’n rug een poppetje met van die stripachtige straling om zijn hoofd. Alsof hij schrikt.”

De buurt kon maar even van het werk genieten. Om de inhoud van het depot – de collecties van het Stedelijk Museum en het Amsterdams Historisch Museum – te beschermen tegen vochtdoorslag, verdween Harings muurschildering achter een enorme aluminium isolatieplaat. Daar zit het werk nog steeds verstopt.

Wereldwijd bestaan nog maar een handjevol originele Keith Haring muurschilderingen. Het is onduidelijk wat er nu met dit unieke, vergeten kunstwerk gaat gebeuren. Op 27 oktober komt het depot leeg te staan, wanneer beide museumcollecties zijn ondergebracht op nieuwe locaties. Drie jaar geleden liet de gemeente in deze krant weten dat de stad, als eigenaar van het pand, ‘zeker de intentie heeft’ om het kunstwerk van de sloop te redden.

Drie jaar later luidt die tekst nog altijd hetzelfde. Momenteel werken de gemeente en het stadsdeel aan de herstructurering van het Food Center Amsterdam, het terrein waarop het depot is gevestigd. Hiervoor heeft de gemeente een Europese aanbesteding gedaan, waar nu drie projectontwikkelaars op meedingen. De gemeente maakte een richtlijn richtlijn met een aantal eisen en ambities waaraan de verbouwing moet voldoen. Het behouden en zichtbaar maken van de Keith Haring muurschildering staat hierin vermeld als ambitie, géén harde eis. Daarmee is het nog steeds onzeker of het unieke kunstwerk voor de sloophamer zal worden behoed.

Tegenwoordig is Rothuizen een succesvol beeldend kunstenaar, en de geestelijk vader van de Zachte atlas van Amsterdam. Maar in de jaren tachtig was hij een fanatiek graffitischrijver. Hij ontmoette Haring bij toeval, toen hij samen met zijn vriend Niels Meulman (Amsterdam, 1967) werkte aan een grote piece op een muur aan de Jacob Obrechtstraat, getiteld Hard times, good times, better times. Een werk dat later nog een rol zou spelen in de documentaire Kroonjuwelen (2006), over de opkomst van de Nederlandse graffitibeweging.

Rothuizen grijnst: “Opeens stond er een klein ventje met een petje en grote sneakers heel aandachtig ons werk te bekijken.” Meulman: “Jan riep dat hij wél even een kwartje in het potje moest gooien, als bijdrage voor onze graffiticrew United Street Artists. Maar hij verstond ons niet. Plotseling herkende ik hem: Hey, you’re Keith Haring! En hij zei droogjes: Yeah, I know.”

De drie raakten bevriend en de twee jonge vandalen wierpen zich op als Harings assistenten gedurende de rest van zijn verblijf. “We vonden het heel tof dat iemand uit de ‘hoge’ kunstwereld zo gelijkwaardig met ons omging,” zegt Rothuizen. Meulman grijnst: “We kregen geld van het Stedelijk om materiaal en spuitbussen voor hem te kopen. En daar drukten we zélf weer de helft van achterover – dat dan weer wel.”

“Haring kreeg meer respect uit de reguliere kunstwereld dan uit de graffitiscene,” zegt Meulman, die zich onder zijn alias Shoe ontpopte als een van de onbetwiste kings van de Nederlandse graffitiscene. Daarnaast ontwikkelde hij een eigen kunstvorm: calligraffiti. “De kunstwereld noemde zijn werk graffiti. Maar Haring heeft nooit een trein ondergespoten, en hij werkte veel met stoepkrijt – dat is niet écht hardcore. Zijn werk was meer een vriendelijke versie van wat wij deden.”

Haring nam vooral de mentaliteit van graffiti over, stelt Rothuizen. “Gewoon in één keer zo’n ding op de muur knallen. Als throw-up, spontaan en spannend, zonder voorbedachte rade. Dat zie je ook terug in die muurschildering op het Museumdepot. Graffiti is eigenlijk heel streng, stoer en allesbehalve kwetsbaar. Maar goede kunst moet ook timide en intiem durven zijn. Keith gaf me het vertrouwen om me verder te ontwikkelen als kunstenaar. Voor mij als achttienjarig ventje was dat heel belangrijk.”

In een reactie op het gesteggel met de Haring muurschildering laat Julia Gruen – directeur van de Keith Haring Foundation – weten nauw te willen samenwerken met de partijen die het Amsterdamse depot gaan verbouwen. “Mocht de restauratie van het kunstwerk een overweging zijn dan wil de Keith Haring Foundation, na het indienen van een verzoek tot financiering door de projectontwikkelaar, graag de kans krijgen om een financiële bijdrage te leveren.”

Los van het naleven van Harings filantropische en creatieve doelen, is de organisatie actief bij het in stand houden en beschermen van zijn kunstwerken in openbare ruimte. Zo werden met steun van de foundation een aantal van Harings muurschilderingen in New York, Philadelphia, Pisa, Antwerpen en Barcelona in volle glorie hersteld. Onderhandelingen over de restauraties in Parijs en Australië zijn gaande.

Keith Haring zag zijn muurschilderingen als een andere kunstcategorie dan zijn reguliere schilderijen, tekeningen of beeldhouwkunst, zegt Gruen “Met zijn werk in de openbare ruimte probeerde Keith de gemeenschap op een directe manier aan te spreken. Hij maakte deze muurschilderingen bewust in arme, gemarginaliseerde buurten, en zag ze als een geschenk aan de bewoners om hun gevoel van saamhorigheid te versterken.”

Veel van de panden met het werk van Haring zijn in de loop der jaren toch afgebroken, uit naam van bouwzucht en stadsvernieuwing. Of de muurschilderingen werden simpelweg overgeschilderd. “Het is aan de stad Amsterdam om deze trend tegen te gaan en deze verborgen schat weer tot leven te brengen,” stelt Gruen. “Ook om de buurt weer te verrijken. De muurschildering in Amsterdam was een vreugdebaken in de stad, en de Keith Haring Foundation geeft volle steun aan de restauratie en het behoud van dit unieke werk.”

In Amsterdam is het ‘verdwijnen’ van openbare kunstwerken, zoals de muurschildering van Keith Haring, geen uniek fenomeen. Volgens kunsthistoricus Frans van Burkom van het Instituut Collectie Nederland is bij het opdelen van Amsterdam in stadsdelen het beheer en behoud van de openbare kunstcollectie ‘totaal geen overweging geweest’. Het overzicht raakte zoek, waardoor veel kunstwerken zelden nog werden onderhouden en verdwenen uit de gemeentelijke administratie. Dit betekende in veel gevallen pure kapitaalvernietiging.

In 2008 sprak Gijs van Tuyl, oud-directeur van het Stedelijk Museum, zich uit over het Haringdilemma. In een artikel op zijn weblog opperde hij om de schildering ‘met muur en al te verplaatsen naar de lifttoren van het nieuwe Stedelijk, naast het ezelsoor op het Museumplein.’ Maar dat bleek bouwtechnisch niet te realiseren te zijn. Van Tuyl suggereerde om het gebouw én de muur te behouden, waarbij hij de architectonische waarde van het pand benadrukte. “Het zou een trekpleister in Amsterdam West kunnen worden!”

Rothuizen is niet zo nostalgisch. “Keith is dood. En ik zou het ergens wel poëtisch vinden als dat kunstwerk zou worden vernietigd. Het is onzin om het hele pand te slopen, en dan die ene muur te laten staan als monument.” “Dat is juist tof!” roept Meulman. “Of maak er een broedplaats van, zoals Pakhuis de Zwijger. De Centrale Markthallen vormen een laatste blinde vlek in Amsterdam waar het gulzige woningkapitaal nog niet heeft toegeslagen. Dat ding staat symbool voor een belangrijke historische periode van de stad, toen de straatkunst écht onder de aandacht kwam.”

Op 17 april opent in het prestigieuze Museum Of Contemporary Art in Los Angeles de Art in the streets expositie, geheel gewijd aan graffiti en street art. “Dat wordt gezien als hét teken dat deze kunstvorm eindelijk is gearriveerd,” zegt Meulman. “Amsterdam heeft een essentiële rol gespeeld in de ontwikkeling van deze kunst, en binnen dat verhaal past die unieke muurschildering van Keith Haring. Wereldwijd heeft Amsterdam een ongelofelijk goed imago als kunststad. Maar als dit kunstwerk tegen de vlakte gaat verdienen we dat goede imago niet meer.”

///

Rothuizen & Meulman

Na het avontuur in Amsterdam werkte Rothuizen nog jarenlang als Harings assistent tijdens zijn werk in Europa, en later in New York. Tot 1990, toen Haring stierf aan de gevolgen van aids. Ook Meulman bleef met Haring bezig. Twee jaar later werd bij een inbraak zijn schetsboek gestolen, met daarin de tekening Radio man – gesigneerd ‘For Shoe’ – die Haring voor hem had gemaakt. Jaren later kreeg Meulman via via zijn schetsboek terug. Maar zo bleek, de Haring was eruit gesneden. In 1994 stuitte hij op een catalogus van veilighuis Christie’s, met daarin zijn Radio man. Hij protesteerde nog, maar tevergeefs. “Mijn tekening was al geveild, de aanbieder had een valse naam opgegeven, en de koper was anoniem. Maar ooit zal ik dat ding terugkrijgen!”

www.haring.com /www.janrothuizen.nl / www.calligraffiti.nl

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=mMddx5cLSUA&feature=related[/youtube]