Wachten op Godot in een wigwam

CORPUS KUNSTKRITIEK 2009-2010 / Corpus

Voorstelling: Plenty Coups & Sitting Bull door Dood Paard & Discordia
Gezien: 13 maart, Theater Frascati 2
Door: Daniël Bertina

Dood Paard en Discordia spelen Plenty Coups & Sitting Bull: een stuk over twee historische leiders van de Crow en Sioux Indianen. Een bizarre voorstelling die zwalkt van een acrobatische clownsact naar Wachten op Godot.

De Crow en de Sioux. Twee Indianenstammen uit het negentiende-eeuwse Amerika met twee legendarische leiders: Plenty Coups en Sitting Bull. Beiden probeerden zichzelf en hun volgelingen te beschermen tegen de kolonisten. Op eigen wijze. Plenty Coups zocht een alliantie met de blanken – deels vanwege een diepe rivaliteit met de Sioux. Sitting Bull was veel radicaler, trok ten strijde, en hakte in 1876 bij de slag om Little Bighorn het zevende cavalerieregiment van de Amerikaanse generaal Custer ongenadig in de pan. Pikant detail: in deze strijd, terug te vinden in elk zichzelf respecterend Amerikaans geschiedenisboekje, vocht Plenty Coups mee aan de kant van de bleekgezichten. Sitting Bull werd in 1890 verraden en vermoord door rivaliserende Indianen in dienst van de Amerikaanse overheid.

In het toneelstuk Plenty Coups & Sitting Bull van Dood Paard en Discordia ontmoeten de twee aartsvijanden elkaar. Maar wat blijkt: van de boeiende voorgeschiedenis van kolonialisme, revolutie, verraad en broedertwist is in Plenty Coups & Sitting Bull zeer weinig terug te zien. Het stuk begint met een schijnbaar chaotische clownsact van acrobatiek en slapstickachtig gooi- en smijtwerk, en vervormt daarna op ongemakkelijke wijze tot een soort Wachten op Godot in een wigwam met veel existentiële overpeinzingen. Dat wringt en stelt teleur.

Geen woorden

Jorn Heijdenrijk (Discordia) en Kuno Bakker (Dood Paard) staan op de loopbrug, hoog in de nok van Frascati 2. Het is moeilijk te zien – want donker – maar de loopbrug staat vol zooi: tientallen stoelen, tafeltjes, koffers, touwen en rekwisieten. Als een hyperactieve Laurel & Hardy botsen ze steeds tegenelkaar op en beginnen rondslingerende dingen naar beneden te gooien. Als eerste een dromenvanger – zo’n rondgespannen netje van touwen en vogelveren – een symbool voor de eenheid van de Indianenstammen. Wordt gevolgd door een viool met een mp3 speler, die aan een kabel behoedzaam omlaag zakt en halverwege op ooghoogte blijft hangen. Er klinkt country en folk muziek.

Met veel gestuntel wordt er een trap omlaag naar de speelvloer getakeld. Bakker kruipt naar beneden, trillend, en maakt steeds bijna een doodsmak. Heijdenrijk volgt. Ze dragen merkwaardige kostuums. Westerse maatpakken, verknipt en vastgeknoopt, zodat ze doen denken aan Indianengewaden. En hoeden, met een paar losse veren erin gestoken. Eenmaal beneden haalt Heijdenrijk zijn schouders op: “We zijn gewoon Indianen, ofzo.” Bakker knikt: “Ik kan niet op het woord komen. Heijdenrijk ook: “Ja. Ik heb ook geen woorden.” Bakker klimt weer naar boven. Dit zijn Plenty Coups en Sitting Bull, maar wie wie is blijft lang onduidelijk.

“Whoa!”
“Joe!”
“Wat?”
“Whoehoe!”
“Joe!
”Hey!”
“Aargh!”

Ze roepen de hele tijd naar elkaar. Wanhopige, licht hysterische kreten, om maar constant contact te houden. Hun komische gekluns doet denken aan de capriolen van Buurman & Buurman, uit het gelijknamige VPRO kinderprogramma. Ze takelen en smijten alles wat boven stond naar beneden, totdat de speelvloer bezaaid is met een enorme berg huisraad – deels kapot. Heel grappig gespeeld, schijnbaar chaotisch, maar met verbazend scherpe timing. Heijdenrijk kijkt naar links, maar grist zo met zijn rechterhand een vallende stoel uit de lucht, vlak voordat het ding kapot valt. Ook het fysieke spel is opvallend. Als acrobaten balanceren de twee spelers op de trap en raken een aantal keer onhandig in elkaar verstrengeld. Dit gaat drie kwartier lang zo door, in heel hoog tempo.

Indianenverhalen

Alles is beneden, de twee spelers ook. Ze stampen op de vloer – geen reactie. Ze lopen naar een andere uithoek van het toneel en stampen weer – geen reactie. Ze lopen naar de rechter achterhoek van de speelvloer, springen, en landen met een gezamenlijke harde stamp op de houten vloer. Het licht verspringt, en Plenty Coups & Sitting Bull verandert – na vijfenveertig minuten slapstick, waar overigens erg om is gelachen – in een fragmentarisch toneelstuk waar er plotseling héél veel wordt gepraat. Een abrupte stijlbreuk met een onverwacht serieuze toon, die heel ongemakkelijk voelt.

Ze beginnen Indianenverhalen te vertellen. De een (Plenty Coups?) schept op over zijn romantische veroveringen en seksuele escapades – Bakker: “Ze was ruim achttien jaar, en een stel borsten, whoa, man!”. De ander (Sitting Bull?) over zijn gewonnen knokpartijen. Plenty Coups en Sitting Bull lijken elkaar af te willen troeven in mannelijkheid. Als twee gorilla’s op de apenrots. Totdat ze elkaar te lijf gaan in een woest nep-vuurgevecht, waarbij ze als hyperactieve kleuters achter elkaar aan rennen. Alsof ze Cowboytje & Indiaantje spelen. Op het hoogtepunt grijpt Bakker een imposante bijl, zwaait hem over zijn hoofd in een poging de ander te doorklieven, maar zakt door het gewicht achterover. Hij blijft op de bijl leunen in een verkrampte achterwaartse boog. Heijdenrijk besluit hem te helpen, neemt de bijl weg en zet hem al stuntelend weer overeind. De twee ondersteunen elkaar. Ze zijn tot elkaar veroordeeld.

Reuzenzwaai

“Shit, waarom deze komedie iedere dag weer?” zegt Bakker hijgend. “Ik kan de pijn niet vergeten.” Er zijn geen Indianenverhalen meer nodig na deze onderlinge strijd. Uitgeput vertellen ze elkaar opeens openhartig over hun angsten en onzekerheden. Het zijn plotselinge ontboezemingen die onbedoeld krampachtig en nietszeggend klinken, omdat ze niet worden ingeleid. Bakker bekent over zijn liefdesverdriet: “Ik ben ontroostbaar. Liefde is absoluut.” En Heijdenrijk vertelt hoe hij als negenjarig jochie door een oudere man onzedelijk werd betast. “Je leert altijd alleen maar de verkeerde dingen als je jong bent.” Het is allemaal té fragmentarisch en abrupt om aangrijpend te zijn.

Net nog een komisch vuurgevecht, en daarvoor een machodialoog en rare clownsact. Nu volgen plotseling allerlei existentiële overpeinzingen die niets te maken lijken te hebben met het achterliggende verhaal. Het zijn dit soort reuzenzwaaien in stijl die Plenty Coups & Sitting Bull tot een irritante en ongebalanceerde voorstelling maken.

Godot in een wigwam

De personages weten na dit alles ook niet meer hoe ze verder moeten. Ze vallen stil en hebben elkaar niets meer te zeggen. “Er is geen meer, daarna,” gromt Heijdenrijk tegen Bakker, die nog even tegensputtert. Om hem dit in te peperen slaat hij Bakker een aantal keer om de oren met lege flessen. Op zijn hoofd spat het stuntglas in stukken uiteen. Langzaam trekken de twee mannen hun Indianenkleding uit, en in de plaats daarvan gewone westerse maatpakken aan. Aan het eind bouwen de twee met een rode doek een soort wigwam. Na al de voorgaande acrobatiek en clownerie zitten ze nu muurvast in een Wachten op Godot-achtige toestand van besluiteloosheid. Zie het merkwaardige einde:

Heijdenrijk: “Wil je vertrekken? We zijn hier net.”
Bakker: “Ik wil echt hier vandaan.”
Heijdenrijk: “Waar ga je heen.”
Bakker: “De vraag is hoe ik verder moet”.
Heijdenrijk: “Ok. Laten we gaan.”
Bakker: “Ik word gek als ik hier nog langer blijf.”
Heijdenrijk: “Nog even wachten, we gaan zo.”

Ze stampen samen op de vloer. Het licht blijft aan. Ze lopen samen naar de rechterhoek van de speelvloer, en stampen opnieuw. Licht uit.

Besluiteloze moderniteit

Plenty Coups & Sitting Bull toont geen verhaal, maar alleen het onvermogen om een verhaal te vertellen. Gedurende de voorstelling wordt bijna nergens verwezen naar het feit dat de personages Indianen zijn. Het historische conflict en de immense tragedie van kolonisatie en genocide blijft onzichtbaar en onbenoemd. Op een paar rondslingerende verentooien en countrymuziek na. Plenty Coups & Sitting Bull is vooral een montage van acteerstijlen. Theater over theater, geheel in de traditie van Dood Paard en Discordia. Wát ze zeggen is irrelevant, het lijkt te draaien om de manier waarop ze het uitspelen. Het slapstick gedeelte aan het begin toont de intuïtieve, naïeve en fysieke manier van vertellen: smijten, vechten en brullen; het romantische idee over hoe Nobele Wilden, zoals Indianen, communiceren? Daarna komen de Indianenverhalen met vet aangezette opschepperij en kluchtig geschmier die in de derde fase overvloeien naar de platte sentimentaliteit van het ingeleefde, realistische acteren.

Alle drie deze acteerstijlen blijken ontoereikend, want steeds weer vallen de twee spelers stil. Wanneer ze aan het eind hun hedendaagse maatpakken aantrekken, stappen ze ook met hun acteerstijl de besluiteloze moderniteit in. En ook in deze Wachten op Godot-achtige stilstand blijken ze sprakeloos. Plenty Coups en Sitting Bull zoeken – al stuntelend – een hele voorstelling lang naar de beste manier van vertellen die recht doet aan wat ze willen zeggen. Zonder succes. Wat ze willen zeggen, weten ze niet, en hoe, weten ze ook niet. Plenty Coups & Sitting Bull is een grillige demonstratie van speltechnieken. Als voorstelling is dat toch onbevredigend.

Heb ik me op het verkeerde been laten zetten door de begeleidende tekst in het programmaboekje, en de hele voorstelling gezocht naar het historisch verhaal – dat er nu juist bewust niet in zit? In dat geval voel ik me toch tekort gedaan. Door het totale gebrek aan ‘verhaal’ is deze voorstelling zeker vermakelijk, maar nergens – al was het maar voor even – aangrijpend. Het wringende gevoel blijft hangen: dat de makers in hun experimenteerdrift heel veel moois hebben laten liggen.

Plenty Coups & Sitting Bull
Dood Paard & Discordia
Door: Kuno Bakker, Jorn Heijdenrijk, Coen Jongsma, René Rood en Maarten de Rooij
Spel: Kuno Bakker, Jorn Heijdenrijk
10 maart t/m 10 april